Mijn zoektocht om groots te leven in een relatief kleine wereld,
Doorwaaien
Vandaag is mijn ‘vrije’ dag, een dag waarop ik met mezelf heb afgesproken om het huishouden te negeren. Een afspraak die ik zelden nakom, maar die ik te vroeg vind om op te geven. Want ik word ook rustig als dingen een beetje op orde zijn. Dus mijn vent heeft geluk: met tegenzin begin ik toch te ruimen. Ik merk dat ik de deuren open wil doen. Frisse lucht naar binnen. Doorwaaien. Deze maanden zijn lang, maar ook stoffig. Want hoe lang is die deur eigenlijk al niet open geweest? Precies: máán-den. En als ik het eens probeer... “Deur dicht, je stookt je hier anders een ongeluk!” “Deur dicht, ik bevries hier!” “Deeeeur dicht, anders gaat alles klapperen en de baby slaapt!” Vandaag is er niemand. Geen meningen, geen thermodynamische bezwaren. Dus gooi ik de deur open. Via iets oppakken hier en verplaatsen naar daar — bespeur ik een vaste opruimmethode? — beland ik in onze ‘extra kamer’. Oftewel: de logeerkamer/werkkamer/was-droog-kamer/kleding-voor-de-baby-kamer. Mijn oog valt op twee prachtige, keramische langwerpige bakken met ronde hoeken. Ik nam ze ooit mee uit het huis van een lieve oudtante Wil, na haar overlijden. Ik was vergeten wat erin zat. Toen ik keek, ontroerde het me bijna. Het was veel gedetailleerder dan ik dacht. De bakjes zaten vol gedroogde plant-silhouetten, grotendeels uit mijn eigen tuin, over de jaren heen bij elkaar gebracht. Een half hart van een zonnebloem, vol pitten. Een saliesoort met behaard blad die naar zoete limonade ruikt als je erover wrijft. Een stukje boomschors dat mijn moeder meenam uit het buitenland. Gedroogde kamperfoeliebloemetjes uit ons vorige huis, meer dan vier jaar geleden. Het zaadhoofd van een Echinacea purpurea, een van mijn favoriete tuinplanten. En vier zaadhoofdjes van het juffertje-in-het-groen, denk ik. Al die schoonheid waar ik zo intens naar snakte om straks weer in volle bloei en kleur te zien, lag hier in haar essentie al voor mijn neus.
En dus deed ik op kleine schaal waar ik op grote schaal zo’n behoefte aan heb. Alles er voorzichtig uithalen. In de tuin gooien wat zijn glans had verloren. De rest in een fijne zeef, schudden tot het stof losliet. Het keramiek schoonmaken tot het diepe blauw van het glazuur weer tevoorschijn kwam. De gekozen stukken terugleggen. Kijken. Tevreden. Vanbinnen iets opgeruimder. En een stukje schoonheid weer terug in het zicht. Ik lees momenteel Dream Count van Chimamanda Ngozi Adichie en pik behapbare levenslessen op uit Strip op de Horizon van Hans Wopereis. Joe! Philippine Altijd leuk om je gedachten te horen – en voel je vrij de nieuwsbrief te delen.
Over De Wortel en De Wolk De Wortel staat voor het gegronde; dichtbij, stevig, simpel en vaak ondergewaardeerd.
|
