Traditiegetrouw woonde ik het oudejaarsconcert in het Musiikkitalo te Helsinki bij; samengesteld en aangekleed door mijn gemalin. Omdat een uur wohltemperierte Klavier in dit tijdsgewricht als grensoverschrijdend wordt aangemerkt, swipete mijn vriendin de klavecinist tussentijds van het podium om af te koelen en om zich in een ander gekleurd pak (van mij) te hijsen. Want ook dat is traditie: mijn garderobe plunderen ter meerdere eer en glorie van J.S. Bach. En toen moest ik een beetje janken. Door een mengelmoes van wonderschone treurnis van een viola da gamba, lenteachtig koebelgeklingel en het Karelische binnen 'jodelen' van de koeien uit de wei door een zangeres met het glaszuivere register van een koolmees. (Mijn vriendin is een eclectisch genie!) Veertig jaar geleden zat ik om deze tijd in het nabijgelegen busstation verkleumd te wachten op de boerin die mij zou ophalen als de nieuwe stalknecht. Het wachtlokaal is inmiddels een cultureel centrum. Toen zaten er rond een gloeiende houtkachel reizigers dampend te ontdooien. Boeren met bontmutsen en zwarte leren laarzen, dienstplichtigen in grijze uniformen met plunjezakken, een snurkende dronkaard gevaarlijk dicht bij het vuur en een oude vrouw mompelend tegen een zak aardappelen op haar duwslee. De ruiten beslagen en de plavuizen bedekt met sneeuwprut. Ik was niet alleen duizenden kilometers van huis en haard gescheiden door donkere zeeën en met bloed doordrenkte akkers, maar had ook in de tijd decennia overbrugd, alsof ik in de jaren vijftig was beland. Met een beetje fantasie zelfs in een verhaal van Tsjechov. In de hoop te worden afgehaald door een blozende maagd genaamd Irinja met om het hoofd gewonden vlechten werd ik ontvoerd door een doofstomme varkensboer en een contactgestoord dwergvrouwtje met haar op d'r kin. Al na een maand koeien melken, bomen kappen en zwakzinnige gebarentaal beloofde ik mijzelf met de eerste dooi naar het zuiden af te reizen en hier NOOIT meer terug te keren … Jan 2026
|
