Het vuur is eruit, maar de veenbrand gloeit voort, met als hoogtepunten deze week het (laten) vellen van een paar elzen om het huis en een gerontologische polonaise in het Singermuseum te Laren. Hoe de bomenman in levensgevaarlijke etappes een stuk bekraste hemel schoon zaagde; als een specht kroop hij om de steeds korter wordende stam. Met lasogen en een stijve nek van het turen naar het schimmenspel tegen de scherpe lucht zette ik koffie voor Fred (ik mocht Fred zeggen!). Fred was op vakantie geweest in Australië. Hij liet een filmpje zien waarin hij over een onverharde weg reed, en een foto van een truck met een oplegger met een groot ding erop. 'Skitterend toch!?' En toen moest de week nog beginnen! Dinsdag en woensdag ruimde ik Fred's takkentroep op en donderdag dus het Singer. Er werd een filmpje vertoond over de kunstenaar Jan Toorop en er hing een tekening van twee vrouwen met een fles slaolie. Ik moest denken aan wat Fred zei: 'Skitterend toch!?' Het museum liep de spuigaten uit van de aftakelende medemens. Eindelijk was ik weer eens ergens een van de jongsten. Dat was mooi meegenomen – het kon wel eens de allerlaatste keer zijn. De vrijdag liet ik vrijwel in zijn geheel door dat besef bederven. Maar gelukkig is er dan altijd weer de zaterdag. De dag waarop ik aan tafel twaalf in La Terrazza mijn bestaan schrijvend zin geef, hoe zinloos ook. Zondag kloofde ik de bloedende blokken van de bomen die vorige week nog vol vertrouwen de lente stonden af te wachten. En zo volgen de dagen elkaar op, in een met de week duizelingwekkender ritme. Feb 2026
|
