Wat er nog restte van mijn vaders boedel waren twee bananendozen met dia's die, als het aan mijn broers had gelegen, allang verkoold en verast mijn vader achterna waren gegaan. Mijn broers willen verder, ik steeds maar terug. Uiteindelijk is het leeuwendeel alsnog via de vuilverbranding in giftige dampen de atmosfeer in gestuwd: al die kamelen en piramides; dat tot straatjes, steegjes, pleintjes, beeldjes en parkjes gereduceerde weekendje Brugge met zijn vriendin (op één dia bij een fontein); al die Griekse rouwende weduwen, raampjes, deuren, geraniums, wasgoed, poezen, vissersboten, al die ezeltjes met allerhande lading, maar niet die ene dia van mijn veertienjarig broertje rokend op een muurtje! Beeld na beeld na beeld trok de kunstzinnige aspiratie van mijn vader snorrend door de projector. Af en toe pikte ik er een dia tussenuit ter digitalisatie, als er iemand op stond die ik lang niet had gezien. Ik bijvoorbeeld of mijn broertjes. Tengere 'Zweedse' schandknaapjes met pagekapsels in Adidas gymbroekjes, in een uitgestorven mediterraan dorp, bij een ruïne, in een lege kathedraal. Zwaaiend aan een touw, in een zelfgebouwde iglo, van de duikplank, met een uitkomend eendenei, in bomen, messenwerpend, kraaienpullen voerend. Mijn moeder met zilver geverfde laarzen in de Tuilerieën als een jonge Brigitte Bardot. Haar vriend op klompen in Pompeï. Mijn vader vis bakkend op een camping. En dan weer sleeën vol gebarbeque in achtertuintjes met lang geleden in onmin geraakte en overleden bevriende stellen. Honderden lichtbeelden door mijn vader bij de hoekjes vastgepakt, netjes afgeknipt, met een blaasbalgkwastje van stof ontdaan en geklemd in een al dan niet van glas voorzien plastic framepje, voor later ... voor de vuilverbranding! Een aller- allerlaatste keer oplichtend om vervolgens voorgoed uit te doven in het duister van de vergetelheid. Mrt 2026
|
