Het Tussen
Het Tussen
Door sifra
002 Over sparren en zorgen dat je geraakt wordt21 jul. 2026001 Over dingen vinden en jezelf "parenten"17 mei 2026

001 Over dingen vinden en jezelf "parenten"

17 mei 2026

Soms hoor ik iemand een mij onbekende uitdrukking gebruiken die vervolgens in razend tempo gemeengoed wordt. "Ik ben er klaar mee," begon voor mij zeker een decennium geleden met G. Joling op televisie. Kort daarop hoorde ik het een moeder van een kind dat ik in de klas had zeggen. Vervolgens hoorde ik het steeds vaker op straat, van collega's, in gesprekken met vrienden en familie.

Tegenwoordig associeer ik het vooral met mijn eigen moeder, als een van haar jolige uitdrukkingen. "Ík ben d'r klaar mee!" roept ze als ze ergens- een winkel, een bezoek, een gesprek enz. enz.- genoeg van heeft.
Dat is vaak. Dat ze ergens genoeg van heeft, bedoel ik. ("Barryatsmaaaa," is overigens nog zo'n voorbeeld van een van haar jolige uitdrukkingen, maar dat is weer een ander verhaal.)

Het 'klaar zijn met dingen' is ongemerkt mijn eigen vocabulaire ingeslopen, maar er zijn ook uitdrukkingen waarvan ik me actief voorneem ze nooit of te nimmer te gebruiken. Simpelweg omdat ze (om onduidelijke redenen) mijn mateloze irritatie opwekken. "Dat gaat hem niet worden," bijvoorbeeld. Of: "Dat is/klinkt heftig." Of: "Bizar." Momenteel staat bovenaan mijn lijstje: "Nou, daar vínd ik dus iets van."

Vanochtend realiseerde ik me ineens dat 'nu ik met kind ben' (Dat is overigens een uitdrukking waarvan ik zeker 20 jaar gehoopt heb dat ik hem ooit zou kunnen gebruiken) ik een aanwijsbare reden heb om een hekel te hebben aan het zinnetje. Want och, wat kan ik het slecht hebben als mensen iets vinden van mijn zwangerschap (behalve variaties op "te gek" en "mijn zaak"). Ik heb het tot op heden gelukkig nog maar een enkele keer meegemaakt. Overigens teleurstellend genoeg alleen vanuit andere moeders (in spé). Meningen over mijn keuzes en overwegingen met betrekking tot voedsel, bevalling, media waarmee ik als kunstenaar door blijf werken.

"Nou, daar vínd ik dus iets van," heeft iets indirect vijandigs. Je maakt niet duidelijk wat je nou precies vindt, maar de toehoorder begrijpt dat wat je er van vindt, niet mals is. Vinden heeft ook iets ontschuldigends. Met alleen iets vinden, doe je immers niemand kwaad. "Ik mag toch mijn mening hebben?"
"Mág dat?" vroeg ik me vanmorgen af.
"Natuurlijk,' was mijn eerste reactie. Iedereen mag een mening hebben. Zelfs als het een haatdragende, simplistische, smerige mening is. Er zitten (wettelijke) grenzen aan wat je mag uitdragen, aan je handelen. Maar wat je vindt, in de privacy van je eigen hoofd, daar kan en mag niemand aankomen.

Meningen over mijn zwangerschap, soms goedbedoeld, vaak ongevraagd, mógen dus allemaal, moest ik concluderen. Die gedachte vermoeide me een beetje. Ik moest denken aan mijn doorlopende worsteling met het volgen van de actualiteiten. Hoe ik vínd dat ik veel meer kennis moet hebben van alles, om mijn mening te kunnen vormen over dingen in de wereld. En hoe ik het gevoel heb dat ik 'dat er gewoon niet bij kan hebben' (nog zo'n wél fijne uitdrukking).
"En misschien hoeft het ook niet," viel me ineens in.
Dat we alles mógen vinden, betekent nog niet dat we dat hóeven.

Op mijn telefoon zag ik een mail binnenkomen van een uitgeverij. Er werd een nieuw boek gepromoot met de titel: "Parenting Ourselves. Word je eigen veilige hechtingsfiguur."
Ik vónd er direct een heleboel van. En wat ik ervan vond was niet mals.
"Ja, precies dit dus," sprak ik mezelf vermanend toe. "Al die meningen gelijk, die hoeven dus niet, hadden we net geconcludeerd."
Daar moest ik een hele tijd over nadenken.
"Misschien," dacht ik aarzelend, "blijven er zonder die meningen van mij wel vragen over. Oprechte nieuwsgierigheid naar dat boek."
In die conclusie kon ik me vinden.

Het Tussen
Het Tussen

001 Over dingen vinden en jezelf "parenten"

17 mei 2026

Soms hoor ik iemand een mij onbekende uitdrukking gebruiken die vervolgens in razend tempo gemeengoed wordt. "Ik ben er klaar mee," begon voor mij zeker een decennium geleden met G. Joling op televisie. Kort daarop hoorde ik het een moeder van een kind dat ik in de klas had zeggen. Vervolgens hoorde ik het steeds vaker op straat, van collega's, in gesprekken met vrienden en familie.

Tegenwoordig associeer ik het vooral met mijn eigen moeder, als een van haar jolige uitdrukkingen. "Ík ben d'r klaar mee!" roept ze als ze ergens- een winkel, een bezoek, een gesprek enz. enz.- genoeg van heeft.
Dat is vaak. Dat ze ergens genoeg van heeft, bedoel ik. ("Barryatsmaaaa," is overigens nog zo'n voorbeeld van een van haar jolige uitdrukkingen, maar dat is weer een ander verhaal.)

Het 'klaar zijn met dingen' is ongemerkt mijn eigen vocabulaire ingeslopen, maar er zijn ook uitdrukkingen waarvan ik me actief voorneem ze nooit of te nimmer te gebruiken. Simpelweg omdat ze (om onduidelijke redenen) mijn mateloze irritatie opwekken. "Dat gaat hem niet worden," bijvoorbeeld. Of: "Dat is/klinkt heftig." Of: "Bizar." Momenteel staat bovenaan mijn lijstje: "Nou, daar vínd ik dus iets van."

Vanochtend realiseerde ik me ineens dat 'nu ik met kind ben' (Dat is overigens een uitdrukking waarvan ik zeker 20 jaar gehoopt heb dat ik hem ooit zou kunnen gebruiken) ik een aanwijsbare reden heb om een hekel te hebben aan het zinnetje. Want och, wat kan ik het slecht hebben als mensen iets vinden van mijn zwangerschap (behalve variaties op "te gek" en "mijn zaak"). Ik heb het tot op heden gelukkig nog maar een enkele keer meegemaakt. Overigens teleurstellend genoeg alleen vanuit andere moeders (in spé). Meningen over mijn keuzes en overwegingen met betrekking tot voedsel, bevalling, media waarmee ik als kunstenaar door blijf werken.

"Nou, daar vínd ik dus iets van," heeft iets indirect vijandigs. Je maakt niet duidelijk wat je nou precies vindt, maar de toehoorder begrijpt dat wat je er van vindt, niet mals is. Vinden heeft ook iets ontschuldigends. Met alleen iets vinden, doe je immers niemand kwaad. "Ik mag toch mijn mening hebben?"
"Mág dat?" vroeg ik me vanmorgen af.
"Natuurlijk,' was mijn eerste reactie. Iedereen mag een mening hebben. Zelfs als het een haatdragende, simplistische, smerige mening is. Er zitten (wettelijke) grenzen aan wat je mag uitdragen, aan je handelen. Maar wat je vindt, in de privacy van je eigen hoofd, daar kan en mag niemand aankomen.

Meningen over mijn zwangerschap, soms goedbedoeld, vaak ongevraagd, mógen dus allemaal, moest ik concluderen. Die gedachte vermoeide me een beetje. Ik moest denken aan mijn doorlopende worsteling met het volgen van de actualiteiten. Hoe ik vínd dat ik veel meer kennis moet hebben van alles, om mijn mening te kunnen vormen over dingen in de wereld. En hoe ik het gevoel heb dat ik 'dat er gewoon niet bij kan hebben' (nog zo'n wél fijne uitdrukking).
"En misschien hoeft het ook niet," viel me ineens in.
Dat we alles mógen vinden, betekent nog niet dat we dat hóeven.

Op mijn telefoon zag ik een mail binnenkomen van een uitgeverij. Er werd een nieuw boek gepromoot met de titel: "Parenting Ourselves. Word je eigen veilige hechtingsfiguur."
Ik vónd er direct een heleboel van. En wat ik ervan vond was niet mals.
"Ja, precies dit dus," sprak ik mezelf vermanend toe. "Al die meningen gelijk, die hoeven dus niet, hadden we net geconcludeerd."
Daar moest ik een hele tijd over nadenken.
"Misschien," dacht ik aarzelend, "blijven er zonder die meningen van mij wel vragen over. Oprechte nieuwsgierigheid naar dat boek."
In die conclusie kon ik me vinden.