Ik ben vastbesloten de mierzoete chai latte op te drinken waar ik net €5,70 voor heb neergelegd (Figuurlijk natuurlijk. Zijn er eigenlijk nog plekken waar je met contant geld kunt betalen?). Op de hoek, aan de andere kant van de brede rijbaan waar trams, auto’s en fietsers rijden, zit een supermarkt. De smoezelig uitziende man met de donkere baard en de capuchon over zijn hoofd die ik zojuist de prullenbak ervoor zag inspecteren, steekt opnieuw de weg over. Dit keer met een grote man die al pratend zijn blik afwisselend richt op hem en het verkeer. Hij draagt een korte broek met verfspatten, een zware gereedschapsriem en een rode pet. Hij gaat de man met de baard voor de supermarkt in en wenkt hem. Buiten staan een jongen van een jaar of 12 en een man die me met zijn Indische uiterlijk en slanke bouw wat aan mijn vader doet denken. Ik kijk geamuseerd naar het sparren dat ze lachend doen. De jongen probeert met enthousiaste stoten en uppercuts de man te raken, maar die weert hem rustig af met trage bewegingen van zijn handen. Af en toe versnelt de man en deelt een snelle tik uit tegen het hoofd van de jongen. Die duikt dan in elkaar, gezicht tussen zijn armen geklemd. Zijn buik schudt van het lachen. Toen ik nog regelmatig spartraining deed was het vaste commentaar van mijn kickbokstrainer dat ik moest leren terugtrekken. Af en toe wat stappen naar achteren doen en verdedigen in plaats van al mijn energie stoppen in vooruit duwen om mijn tegenstander in een hoek te drijven. De controle loslaten, ruimte bieden aan de ander om een stoot of trap uit te delen. Totaal contra-intuïtief en heel eng om te doen, vond ik. Een viertal jonge vrouwen en een jongetje stappen de koffiebar binnen. De jongen ziet eruit alsof hij al aan leren lezen en schrijven toe is, maar lijkt nog niet te kunnen praten. Als een wervelwind tolt hij rond, vrolijke klanken uitstotend. De vrouwen grinniken er ontspannen om. Bij een wat hardere gil slaat een van hen het uiteinde van haar hoofddoek gespeeld verschrikt tegen haar mond en kijkt hem met grote ogen aan terwijl ze hem met haar andere hand even op zijn buik kietelt. Hij kirt en slaat zijn armen beschermend om zijn middel. Ik merk hoe ook mijn eigen armen op mijn buik rusten. Zo te voelen lijkt baby binnenin de grote jongens buiten fanatiek te imiteren.
“We make you lifeproof.”
De mannen met de baard en de rode pet lopen de supermarkt uit. De eerste draagt nu een grote gevulde boodschappentas. Ze blijven staan. De man met de rode pet staat met zijn rug naar me toe, hij lijkt te praten en gebaart met zijn handen. De man met de baard kijkt hem aan. Af en toe zie ik hem langzaam knikken. De handen van de man met de pet verdwijnen even en niet veel later drukt hij een velletje papier tegen een raam van de supermarkt en schrijft er iets op. De bebaarde man knikt een aantal keer terwijl de man met de pet hem het papier overhandigd. Hij draait zich om en steekt even een grote hand de lucht in alsof hij groet, terwijl hij met zijn andere hand een timmermanspotlood in een van de zakken van zijn broek doet. Hij steekt de rijbaan over mijn kant op en verdwijnt dan links uit het zicht. Aan de overzijde loopt de bebaarde man langzaam de andere kant uit.
Withstand. Een kansloze missie als je het mij vraagt, maar misschien zelfs wel meer onwenselijk dan onmogelijk. In een boek over het proces van bevallen dat ik lees, stond de vraag wat ik mijn baby zou willen meegeven. |

Ik ben vastbesloten de mierzoete chai latte op te drinken waar ik net €5,70 voor heb neergelegd (Figuurlijk natuurlijk. Zijn er eigenlijk nog plekken waar je met contant geld kunt betalen?). Op de hoek, aan de andere kant van de brede rijbaan waar trams, auto’s en fietsers rijden, zit een supermarkt. De smoezelig uitziende man met de donkere baard en de capuchon over zijn hoofd die ik zojuist de prullenbak ervoor zag inspecteren, steekt opnieuw de weg over. Dit keer met een grote man die al pratend zijn blik afwisselend richt op hem en het verkeer. Hij draagt een korte broek met verfspatten, een zware gereedschapsriem en een rode pet. Hij gaat de man met de baard voor de supermarkt in en wenkt hem. Buiten staan een jongen van een jaar of 12 en een man die me met zijn Indische uiterlijk en slanke bouw wat aan mijn vader doet denken. Ik kijk geamuseerd naar het sparren dat ze lachend doen. De jongen probeert met enthousiaste stoten en uppercuts de man te raken, maar die weert hem rustig af met trage bewegingen van zijn handen. Af en toe versnelt de man en deelt een snelle tik uit tegen het hoofd van de jongen. Die duikt dan in elkaar, gezicht tussen zijn armen geklemd. Zijn buik schudt van het lachen. Toen ik nog regelmatig spartraining deed was het vaste commentaar van mijn kickbokstrainer dat ik moest leren terugtrekken. Af en toe wat stappen naar achteren doen en verdedigen in plaats van al mijn energie stoppen in vooruit duwen om mijn tegenstander in een hoek te drijven. De controle loslaten, ruimte bieden aan de ander om een stoot of trap uit te delen. Totaal contra-intuïtief en heel eng om te doen, vond ik. Een viertal jonge vrouwen en een jongetje stappen de koffiebar binnen. De jongen ziet eruit alsof hij al aan leren lezen en schrijven toe is, maar lijkt nog niet te kunnen praten. Als een wervelwind tolt hij rond, vrolijke klanken uitstotend. De vrouwen grinniken er ontspannen om. Bij een wat hardere gil slaat een van hen het uiteinde van haar hoofddoek gespeeld verschrikt tegen haar mond en kijkt hem met grote ogen aan terwijl ze hem met haar andere hand even op zijn buik kietelt. Hij kirt en slaat zijn armen beschermend om zijn middel. Ik merk hoe ook mijn eigen armen op mijn buik rusten. Zo te voelen lijkt baby binnenin de grote jongens buiten fanatiek te imiteren.
“We make you lifeproof.”
De mannen met de baard en de rode pet lopen de supermarkt uit. De eerste draagt nu een grote gevulde boodschappentas. Ze blijven staan. De man met de rode pet staat met zijn rug naar me toe, hij lijkt te praten en gebaart met zijn handen. De man met de baard kijkt hem aan. Af en toe zie ik hem langzaam knikken. De handen van de man met de pet verdwijnen even en niet veel later drukt hij een velletje papier tegen een raam van de supermarkt en schrijft er iets op. De bebaarde man knikt een aantal keer terwijl de man met de pet hem het papier overhandigd. Hij draait zich om en steekt even een grote hand de lucht in alsof hij groet, terwijl hij met zijn andere hand een timmermanspotlood in een van de zakken van zijn broek doet. Hij steekt de rijbaan over mijn kant op en verdwijnt dan links uit het zicht. Aan de overzijde loopt de bebaarde man langzaam de andere kant uit.
Withstand. Een kansloze missie als je het mij vraagt, maar misschien zelfs wel meer onwenselijk dan onmogelijk. In een boek over het proces van bevallen dat ik lees, stond de vraag wat ik mijn baby zou willen meegeven. |