(1) De zon teistert me, zoals de vogels dat gisteren deden. Iedere lente doorleef ik eenzelfde begrafenis, denk ik aan haar vooravond: vanavond zal mijn broer weer sterven. Denk ik overdag: vannacht is mijn broer een vierde keer gestorven. Ik wil nu dat het regent. "April is the cruellest month, breeding Kennelijk heb ik hier een tijd niet naar buiten gekeken. De boom hangt vol kleine blaadjes. Ik liep rond met de vraag waarom je nu wou sterven, in de mooiste week van het jaar. Zij zei dat het vaker voorkwam, zelfmoord in de lente. Ik dacht: bij manische depressie is het de manie die voldoende kracht geeft om de daad te voltrekken. Maar zij zei: het is confronterend dat iedereen en alles naar buiten trekt. Terwijl jij toch liever binnen bleef: met de vogels en de blaadjes gaat het goed, maar mij lukt het niet om mijn plek te vinden in deze wereld. Je eerste poging was ook in deze periode. In deze lente is er nergens om te verschuilen. Ik was liftend onderweg naar Berlijn en stond bij een tankstation toen ik werd gebeld. Het was vlak nadat Zenna was geboren. Alsof je wilde zeggen: nu zij er is, kan ik eindelijk gaan. Of dat je onze aandacht op jou wilde vestigen, omdat je om een of andere reden boos was op haar nieuwe kans. Later leerde ik hoe je op het dak had gepraat met Piebe. En hoe je na je ontslag uit het ziekenhuis opnieuw onsuccesvol je arm opensneed. Die broer, die jou door agenten van het dak had laten sleuren, zou van jou zijn gelijk niet krijgen. Hij zou je deze dood niet ontnemen. Toch was hij degene die de opgedroogde straal bloed onder je trui ontdekte na de tweede poging. Vóór- of nadat hij je deur had ingetrapt. Daarom zei je toen jullie aankwamen bij het ziekenhuis: deze man bedreigt mij, ik wil dat hij wordt weggehaald. Regen, regen, wat verlang ik naar je, regen. (2) Ik kijk naar een grote wand naast Utrecht Centraal: "... en hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg." Er is een lente die mij roept, vele jaren terug, toen ik net studeerde in Berlijn en voor familiedag terugkwam in de stad waaruit ik toen nog nooit zo lang was weggeweest. In mijn keuken verschijnt voor mij die morgen nu, met haar groene bladeren en haar zachte zon, waarop de stad zich toont als voor een eerste keer, alsof ze haar straten voor mij alleen blootlegt. "Terugkomen is niet hetzelfde als blijven" staat er op een muur onder een brug vlakbij Amsterdam Centraal. Hier denk ik mij nog verder terug, onder de grote boom die aan de werf voor ons huis stond en verdween. Hier denk ik mij Bakkes, de hond die tegen een vallende avond dom-allenig naar de afwezige takken blaft. Bakkes, die net als ik blaft naar de sterren die ontbreken. Alsof nostalgie betekent: te worden teruggeroepen naar die plek die niet meer is. Waar nostalgie werkelijk komt van het Griekse argos, pijn, en neomai of nostos, wat 'een plek bereiken' en 'naar huis keren' betekent. En terwijl ik mij terugdenk, vraag ik me af wanneer ik het gevoel verloor dat deze stad van mij was, met mij als haar kloppende hart en zij als het huis om mijn heen. "Mocht ik niet terugkomen, (3) Op het bankje voor het huis spreek ik eindelijk weer met mijn vader. Alsof de afstand tussen ons al die tijd onnodig was geweest. Hoe het ook zij, ik ben blij dat we nu weer verbonden zijn. Ik zeg hem dat deze week Alex zijn sterfdag is. Voor het eerst sinds Alex zijn dood legt hij zijn hand rond mijn schouder. De keer dáárvoor weet ik niet. Hij zegt: "Jij vertelde me dat ik nooit knuffel. Ik heb dat nooit geleerd. Misschien dat ik dat nu kan leren." Ik hoef me niet in te beelden hoe hij Alexander niet aanraakte. Maar mijn behoefte om een vader te hebben is op dit moment groter dan de vraag welke dingen hij vroeger verkeerd heeft gedaan. Een week later zitten we weer op het bankje. Ik zeg hem dat we morgen voor Alex samenkomen en dat ik me telkens afvraag waarom Alex deze lente koos. Hij zegt dat het een momentbeslissing moet zijn geweest. Ik denk van niet. Hij zegt dat wanneer je aan een rij huizen een huis onttrekt, je de omliggende huizen daarmee beschadigt. Wat hij met huizen uitbeeldt, is wat ik eerder met planten heb proberen te zeggen. Thuis denk ik: als je het hart uit een avocado verwijdert, vergaat ze ook sneller. |
(1) De zon teistert me, zoals de vogels dat gisteren deden. Iedere lente doorleef ik eenzelfde begrafenis, denk ik aan haar vooravond: vanavond zal mijn broer weer sterven. Denk ik overdag: vannacht is mijn broer een vierde keer gestorven. Ik wil nu dat het regent. "April is the cruellest month, breeding Kennelijk heb ik hier een tijd niet naar buiten gekeken. De boom hangt vol kleine blaadjes. Ik liep rond met de vraag waarom je nu wou sterven, in de mooiste week van het jaar. Zij zei dat het vaker voorkwam, zelfmoord in de lente. Ik dacht: bij manische depressie is het de manie die voldoende kracht geeft om de daad te voltrekken. Maar zij zei: het is confronterend dat iedereen en alles naar buiten trekt. Terwijl jij toch liever binnen bleef: met de vogels en de blaadjes gaat het goed, maar mij lukt het niet om mijn plek te vinden in deze wereld. Je eerste poging was ook in deze periode. In deze lente is er nergens om te verschuilen. Ik was liftend onderweg naar Berlijn en stond bij een tankstation toen ik werd gebeld. Het was vlak nadat Zenna was geboren. Alsof je wilde zeggen: nu zij er is, kan ik eindelijk gaan. Of dat je onze aandacht op jou wilde vestigen, omdat je om een of andere reden boos was op haar nieuwe kans. Later leerde ik hoe je op het dak had gepraat met Piebe. En hoe je na je ontslag uit het ziekenhuis opnieuw onsuccesvol je arm opensneed. Die broer, die jou door agenten van het dak had laten sleuren, zou van jou zijn gelijk niet krijgen. Hij zou je deze dood niet ontnemen. Toch was hij degene die de opgedroogde straal bloed onder je trui ontdekte na de tweede poging. Vóór- of nadat hij je deur had ingetrapt. Daarom zei je toen jullie aankwamen bij het ziekenhuis: deze man bedreigt mij, ik wil dat hij wordt weggehaald. Regen, regen, wat verlang ik naar je, regen. (2) Ik kijk naar een grote wand naast Utrecht Centraal: "... en hoe verder hij ging, des te langer was zijn terugweg." Er is een lente die mij roept, vele jaren terug, toen ik net studeerde in Berlijn en voor familiedag terugkwam in de stad waaruit ik toen nog nooit zo lang was weggeweest. In mijn keuken verschijnt voor mij die morgen nu, met haar groene bladeren en haar zachte zon, waarop de stad zich toont als voor een eerste keer, alsof ze haar straten voor mij alleen blootlegt. "Terugkomen is niet hetzelfde als blijven" staat er op een muur onder een brug vlakbij Amsterdam Centraal. Hier denk ik mij nog verder terug, onder de grote boom die aan de werf voor ons huis stond en verdween. Hier denk ik mij Bakkes, de hond die tegen een vallende avond dom-allenig naar de afwezige takken blaft. Bakkes, die net als ik blaft naar de sterren die ontbreken. Alsof nostalgie betekent: te worden teruggeroepen naar die plek die niet meer is. Waar nostalgie werkelijk komt van het Griekse argos, pijn, en neomai of nostos, wat 'een plek bereiken' en 'naar huis keren' betekent. En terwijl ik mij terugdenk, vraag ik me af wanneer ik het gevoel verloor dat deze stad van mij was, met mij als haar kloppende hart en zij als het huis om mijn heen. "Mocht ik niet terugkomen, (3) Op het bankje voor het huis spreek ik eindelijk weer met mijn vader. Alsof de afstand tussen ons al die tijd onnodig was geweest. Hoe het ook zij, ik ben blij dat we nu weer verbonden zijn. Ik zeg hem dat deze week Alex zijn sterfdag is. Voor het eerst sinds Alex zijn dood legt hij zijn hand rond mijn schouder. De keer dáárvoor weet ik niet. Hij zegt: "Jij vertelde me dat ik nooit knuffel. Ik heb dat nooit geleerd. Misschien dat ik dat nu kan leren." Ik hoef me niet in te beelden hoe hij Alexander niet aanraakte. Maar mijn behoefte om een vader te hebben is op dit moment groter dan de vraag welke dingen hij vroeger verkeerd heeft gedaan. Een week later zitten we weer op het bankje. Ik zeg hem dat we morgen voor Alex samenkomen en dat ik me telkens afvraag waarom Alex deze lente koos. Hij zegt dat het een momentbeslissing moet zijn geweest. Ik denk van niet. Hij zegt dat wanneer je aan een rij huizen een huis onttrekt, je de omliggende huizen daarmee beschadigt. Wat hij met huizen uitbeeldt, is wat ik eerder met planten heb proberen te zeggen. Thuis denk ik: als je het hart uit een avocado verwijdert, vergaat ze ook sneller. |