Mijn zoektocht om groots te leven in een relatief kleine wereld,
EkstersIk hou niet zo van eksters. Daar heb ik zo mijn redenen voor. Ze maken veel lawaai, een behoorlijk schel geluid bovendien. Ze voelen zich wel érg comfortabel in onze nabijheid (of is dat juist arrogant van míj?) en claimen onze tuin momenteel alsof ze erfpacht betalen. Ze zijn veel te handig met de vuilniszakken bij onze achterdeur, ook al zitten er alleen maar luiers in. Ze gooien glazen potjes omver die over mijn dahliaplantjes staan tegen de slakken, overtuigd dat er iets eetbaars onder verstopt zit. En ja, ik snap heus dat vuilniszakken niet bij de achterdeur horen te liggen. Zeker niet omdat de meeste mensen via diezelfde achterdeur binnenkomen. Maar dat is nou eenmaal zo. Toch zijn eksters vooral geen favoriet omdat ik ze twee jaar geleden zag jagen op twee mereljongen tijdens hun eerste dag vliegles buiten het nest. Eén jong verschool zich al snel in de bosjes. Het andere had minder geluk en zat constant in het vizier van de ekster. Uren leek het te duren: oudermerels die met paniekgeroep de ekster probeerden weg te jagen, van tak naar tak vliegend. Maar de ekster bleef azen en liet zich niet wegjagen. Het jong in de bosjes hield ik al die tijd in de gaten. Ze zat te trillen in een hoekje, doodsbang. Uiteindelijk zat ze bij mij binnen in een doos. Niet zoals het hoort, maar ik kon het niet meer aanzien. Ik groef een worm voor haar op omdat ze constant haar bekje open deed als ze mij hoorde scharrelen. Net op tijd ontdekte ik online dat die veel te groot was om te verwerken. Had ik haar bijna zelf omgelegd. Lekker handig. Ondertussen was het andere jong in een wirwar van gras, takken en boomstronken terechtgekomen. Perfect zichtbaar voor de ekster vanuit de hazelaar. Het kleintje strompelde dapper voort op zoek naar een veilig plekje. Maar vliegen kon ze nog niet. De hele middag ging dit door. Tot het paniekgeroep ineens extreem aanzwol. Mijn vriend rende naar buiten, maar hij was te laat. Het jong was gegrepen. Ik weet nog hoe van slag ik daarvan was. En eerlijk gezegd ben ik dat nog steeds als ik eraan terugdenk. Het andere jong heb ik later teruggezet in de bosjes, op aanraden van de dierenambulance. Of ze het heeft gered weet ik niet. Voor mijn eigen gemoedsrust ga ik daar maar van uit. Volgens de Vogelbescherming eten eksters overigens veel minder jonge vogels dan wij denken. Het probleem is vooral dat ze het openlijk doen, midden op de dag en met veel stampij. Pittig om te vergeven. En te vergeten. En terwijl ik dit typ hoor ik ze alweer. Alleen dit keer zijn het de eksters die hun jongen moeten beschermen. Twee weken geleden zag ik twee eksterjongen op het gras. Hun eerste dag buiten het nest. De ene zat binnen no time in de pruimenboom toen ze mij zag aankomen. De andere bleef zitten waar ze zat: een pluk dons met een weggestopt kopje en matte veren die nog weinig gemeen hadden met de metallic glans van haar ouders.
Duidelijk niet klaar voor de grote dierenwereld. Ze wilde maar één ding: terug naar het veilige, warme nest. Inmiddels hoor ik meerdere keren per dag het schelle geroep van de ouders; ze staan constant aan. De kraaien weten ook dat er jongen zijn. En naast kraaien hebben we hier haviken, buizerds en soms een verdwaalde uil, genoeg om je mee bezig te houden als ouder. Ik dacht ooit te hebben gelezen dat eksters familie waren van de paradijsvogel. Dat maakte dat ik ze iets leuker vond, maar dat bleek helemaal niet waar. Ze zijn “gewoon” familie van de kraai, diezelfde kraai die graag eksterjongen opeet. Nou, gezellige familiepartijtjes moeten dat zijn. Eén van de twee jongen vliegt inmiddels best prima; die zag ik al hoog in de esdoorn gevoerd worden. De ander rommelt nog wat aan in onze tuin. Meestal schuilt ze onder een dakpan van de houtopslag als haar ouders weg zijn. Maar soms heeft ze een nieuwsgierige dag. Zo belandde ze laatst in onze schuur. Ik probeerde haar naar buiten te krijgen, maar ze verdween juist dieper tussen de stapels tegels die al anderhalf jaar klaarliggen om de gang mee te betegelen. Dank voor de reminder. Hup vooral niet door naar nog meer onafgeronde projecten. De schuur ligt er vol mee. Ik deed de ramen en deuren open en gelukkig vond ze al snel zelf de uitgang. Maar toen ik vandaag net een kop thee pakte, raakte ik in de war. Ik zag de kleine bekende donsbal schuchter bij de waterbak zitten, hoofd diep in de veren gestoken. Op de schutting naast haar streek een andere ekster neer die rustig met zijn snavel langs het hout wreef*. Ik ging ervan uit dat het een ouder was die een oogje in het zeil hield. Maar deze ekster vloog vervolgens naar onze tuinbank zónder kussens (het oefenterrein voor de eksterjongen dus: poep), hopte wat heen en weer en pikte een insect uit de grond. En warempel: daar kwam wéér een andere ekster aanvliegen en het bekje van nummer twee ging direct open. Huh? Mijn oplettende “ouder” bleek zelf nog een eksterjong. De twee verschillen zoveel in ontwikkeling en verenkleed dat ik niet doorhad dat het allebei nog jongen waren. Dus ik weer het internet op. Blijkbaar kan zo’n leeftijdsverschil voorkomen, al is het niet heel gebruikelijk. Misschien komen ze uit hetzelfde nest en zijn ze een paar dagen na elkaar uitgekomen. Misschien gaat het om een tweede legsel, na storm of verstoring van de eerste leg. Oftewel mijn enorm wetenschappelijke conclusie: we hebben hier geen twee leeftijdsgenoten rondlopen maar een baby en een peuter.
Uiteindelijk is het de tuinbank zonder kussens die ons verbindt. Voor de eksterjongen is het een oefenterrein. Hier leren ze vliegen, landen, zijwaarts hopsen, balanceren en al scharrelend hun eerste insecten zoeken. Hier durven ze te verblijven terwijl hun ouders (dichtbij) op pad zijn. Voor onze dochter van één geldt ongeveer hetzelfde. Zij oefent er met zijwaarts lopen langs de rand, probeert gras, takjes en beestjes vast te pakken (ook hier verdwijnt alles richting mond) en duikt soms richting het gras. En ook zij kijkt regelmatig over de rand om te controleren of haar ouders nog in de buurt zijn. Misschien is dat waarom ik inmiddels anders naar de eksters kijk. En waarom ik de tuin voorlopig maar zo min mogelijk in ga om geen extra stress te veroorzaken. Want zij zijn immers (ook) vermoeide ouders die altijd aanstaan in een wereld vol kraaien, haviken, buizerds en andere uitdagingen. *Dat kan van alles zijn: hun snavel slijpen, territorium afbakenen, parasieten verwijderen of materiaalonderzoek (!) Liefs, Philippine Altijd leuk om je gedachten te horen – en voel je vrij de nieuwsbrief te delen.
Over De Wortel en De Wolk De Wortel staat voor het gegronde; dichtbij, stevig, simpel en vaak ondergewaardeerd.
|
Mijn zoektocht om groots te leven in een relatief kleine wereld,
EkstersIk hou niet zo van eksters. Daar heb ik zo mijn redenen voor. Ze maken veel lawaai, een behoorlijk schel geluid bovendien. Ze voelen zich wel érg comfortabel in onze nabijheid (of is dat juist arrogant van míj?) en claimen onze tuin momenteel alsof ze erfpacht betalen. Ze zijn veel te handig met de vuilniszakken bij onze achterdeur, ook al zitten er alleen maar luiers in. Ze gooien glazen potjes omver die over mijn dahliaplantjes staan tegen de slakken, overtuigd dat er iets eetbaars onder verstopt zit. En ja, ik snap heus dat vuilniszakken niet bij de achterdeur horen te liggen. Zeker niet omdat de meeste mensen via diezelfde achterdeur binnenkomen. Maar dat is nou eenmaal zo. Toch zijn eksters vooral geen favoriet omdat ik ze twee jaar geleden zag jagen op twee mereljongen tijdens hun eerste dag vliegles buiten het nest. Eén jong verschool zich al snel in de bosjes. Het andere had minder geluk en zat constant in het vizier van de ekster. Uren leek het te duren: oudermerels die met paniekgeroep de ekster probeerden weg te jagen, van tak naar tak vliegend. Maar de ekster bleef azen en liet zich niet wegjagen. Het jong in de bosjes hield ik al die tijd in de gaten. Ze zat te trillen in een hoekje, doodsbang. Uiteindelijk zat ze bij mij binnen in een doos. Niet zoals het hoort, maar ik kon het niet meer aanzien. Ik groef een worm voor haar op omdat ze constant haar bekje open deed als ze mij hoorde scharrelen. Net op tijd ontdekte ik online dat die veel te groot was om te verwerken. Had ik haar bijna zelf omgelegd. Lekker handig. Ondertussen was het andere jong in een wirwar van gras, takken en boomstronken terechtgekomen. Perfect zichtbaar voor de ekster vanuit de hazelaar. Het kleintje strompelde dapper voort op zoek naar een veilig plekje. Maar vliegen kon ze nog niet. De hele middag ging dit door. Tot het paniekgeroep ineens extreem aanzwol. Mijn vriend rende naar buiten, maar hij was te laat. Het jong was gegrepen. Ik weet nog hoe van slag ik daarvan was. En eerlijk gezegd ben ik dat nog steeds als ik eraan terugdenk. Het andere jong heb ik later teruggezet in de bosjes, op aanraden van de dierenambulance. Of ze het heeft gered weet ik niet. Voor mijn eigen gemoedsrust ga ik daar maar van uit. Volgens de Vogelbescherming eten eksters overigens veel minder jonge vogels dan wij denken. Het probleem is vooral dat ze het openlijk doen, midden op de dag en met veel stampij. Pittig om te vergeven. En te vergeten. En terwijl ik dit typ hoor ik ze alweer. Alleen dit keer zijn het de eksters die hun jongen moeten beschermen. Twee weken geleden zag ik twee eksterjongen op het gras. Hun eerste dag buiten het nest. De ene zat binnen no time in de pruimenboom toen ze mij zag aankomen. De andere bleef zitten waar ze zat: een pluk dons met een weggestopt kopje en matte veren die nog weinig gemeen hadden met de metallic glans van haar ouders.
Duidelijk niet klaar voor de grote dierenwereld. Ze wilde maar één ding: terug naar het veilige, warme nest. Inmiddels hoor ik meerdere keren per dag het schelle geroep van de ouders; ze staan constant aan. De kraaien weten ook dat er jongen zijn. En naast kraaien hebben we hier haviken, buizerds en soms een verdwaalde uil, genoeg om je mee bezig te houden als ouder. Ik dacht ooit te hebben gelezen dat eksters familie waren van de paradijsvogel. Dat maakte dat ik ze iets leuker vond, maar dat bleek helemaal niet waar. Ze zijn “gewoon” familie van de kraai, diezelfde kraai die graag eksterjongen opeet. Nou, gezellige familiepartijtjes moeten dat zijn. Eén van de twee jongen vliegt inmiddels best prima; die zag ik al hoog in de esdoorn gevoerd worden. De ander rommelt nog wat aan in onze tuin. Meestal schuilt ze onder een dakpan van de houtopslag als haar ouders weg zijn. Maar soms heeft ze een nieuwsgierige dag. Zo belandde ze laatst in onze schuur. Ik probeerde haar naar buiten te krijgen, maar ze verdween juist dieper tussen de stapels tegels die al anderhalf jaar klaarliggen om de gang mee te betegelen. Dank voor de reminder. Hup vooral niet door naar nog meer onafgeronde projecten. De schuur ligt er vol mee. Ik deed de ramen en deuren open en gelukkig vond ze al snel zelf de uitgang. Maar toen ik vandaag net een kop thee pakte, raakte ik in de war. Ik zag de kleine bekende donsbal schuchter bij de waterbak zitten, hoofd diep in de veren gestoken. Op de schutting naast haar streek een andere ekster neer die rustig met zijn snavel langs het hout wreef*. Ik ging ervan uit dat het een ouder was die een oogje in het zeil hield. Maar deze ekster vloog vervolgens naar onze tuinbank zónder kussens (het oefenterrein voor de eksterjongen dus: poep), hopte wat heen en weer en pikte een insect uit de grond. En warempel: daar kwam wéér een andere ekster aanvliegen en het bekje van nummer twee ging direct open. Huh? Mijn oplettende “ouder” bleek zelf nog een eksterjong. De twee verschillen zoveel in ontwikkeling en verenkleed dat ik niet doorhad dat het allebei nog jongen waren. Dus ik weer het internet op. Blijkbaar kan zo’n leeftijdsverschil voorkomen, al is het niet heel gebruikelijk. Misschien komen ze uit hetzelfde nest en zijn ze een paar dagen na elkaar uitgekomen. Misschien gaat het om een tweede legsel, na storm of verstoring van de eerste leg. Oftewel mijn enorm wetenschappelijke conclusie: we hebben hier geen twee leeftijdsgenoten rondlopen maar een baby en een peuter.
Uiteindelijk is het de tuinbank zonder kussens die ons verbindt. Voor de eksterjongen is het een oefenterrein. Hier leren ze vliegen, landen, zijwaarts hopsen, balanceren en al scharrelend hun eerste insecten zoeken. Hier durven ze te verblijven terwijl hun ouders (dichtbij) op pad zijn. Voor onze dochter van één geldt ongeveer hetzelfde. Zij oefent er met zijwaarts lopen langs de rand, probeert gras, takjes en beestjes vast te pakken (ook hier verdwijnt alles richting mond) en duikt soms richting het gras. En ook zij kijkt regelmatig over de rand om te controleren of haar ouders nog in de buurt zijn. Misschien is dat waarom ik inmiddels anders naar de eksters kijk. En waarom ik de tuin voorlopig maar zo min mogelijk in ga om geen extra stress te veroorzaken. Want zij zijn immers (ook) vermoeide ouders die altijd aanstaan in een wereld vol kraaien, haviken, buizerds en andere uitdagingen. *Dat kan van alles zijn: hun snavel slijpen, territorium afbakenen, parasieten verwijderen of materiaalonderzoek (!) Liefs, Philippine Altijd leuk om je gedachten te horen – en voel je vrij de nieuwsbrief te delen.
Over De Wortel en De Wolk De Wortel staat voor het gegronde; dichtbij, stevig, simpel en vaak ondergewaardeerd.
|