De groentonen, de grove toets, ongesigneerd: alles wijst op een serieuze 'Bunder'. 'Tien euro,' zegt de verkoper in de rommelwinkel in de Bellamystraat bladerend door een oude Playboy. Met het hart in mijn keel leg ik een briefje van vijftig tussen de rotzooi op zijn toonbank. Om geen argwaan te wekken weet ik een 'laat maar zitten' op tijd in te slikken. Zonder stoffen handschoenen, gewoon onder mijn arm, op de fiets! Een originele Gus Bunder! Heet dit geen stelen? Van een sappelende, nietsvermoedende rommelkoning met schoolgaand kroost. Ik race naar huis. Alsof ik een kleine Mesdag voor een tientje heb gekocht of een tekening van Egon Schiele! Een originele Gustavio Dario Bunder!! Wie herinnert zich niet de commotie rond zijn overzichtstentoonstelling in Scepsis in 1989? Waar is de man van het grote gebaar eigenlijk gebleven? Schildert hij nog? Het net biedt geen uitkomst, op twee, drie wazige afbeeldingen na, waarop de kunstenaar een politiebusje wordt ingeslagen, en natuurlijk het iconische beeld van een huilende prinses Christina. Omdat Bunder zijn werk principieel niet signeert, kan in wezen ieder ongesigneerd werk het zijne zijn. ‘Cultuur is als schimmel in een vochtige kamer, die komt vanzelf, daar hangt geen naamkaartje aan.’ Hij kon het mooi zeggen. Bunder wordt geschaard onder de 'cryptisch-realisten'. Hoe hyperrealistisch zijn werk ook, het blijft aan interpretatie onderhevig. Zo ook dit doekje. Zien we een regenwoud, een bord linzensoep in vogelperspectief of een open hartoperatie in groentinten? ‘Moet ik dan álles zelf doen, ook kijken!?’ beet hij Matthijs van Nieuwkerk eens schuimbekkend toe. De kunstenaar weet zijn schilderijen compositorisch zó vernuftig op te zetten, dat het niet uitmaakt hoe ze worden opgehangen. Een vernuft dat aan het ingenieuze grenst, daar de schilder zelf vaak ook niet meer weet ‘hoe om en wat was het ook weer’ hij had geschilderd. Om kort te gaan: een Bunder van het zuiverste water. Alvorens mijn vondst te laten verzilveren voor dat vakantievillaatje in Normandië noem ik het Uitbottend lentegroen in oktober. Juli 2026 |
De groentonen, de grove toets, ongesigneerd: alles wijst op een serieuze 'Bunder'. 'Tien euro,' zegt de verkoper in de rommelwinkel in de Bellamystraat bladerend door een oude Playboy. Met het hart in mijn keel leg ik een briefje van vijftig tussen de rotzooi op zijn toonbank. Om geen argwaan te wekken weet ik een 'laat maar zitten' op tijd in te slikken. Zonder stoffen handschoenen, gewoon onder mijn arm, op de fiets! Een originele Gus Bunder! Heet dit geen stelen? Van een sappelende, nietsvermoedende rommelkoning met schoolgaand kroost. Ik race naar huis. Alsof ik een kleine Mesdag voor een tientje heb gekocht of een tekening van Egon Schiele! Een originele Gustavio Dario Bunder!! Wie herinnert zich niet de commotie rond zijn overzichtstentoonstelling in Scepsis in 1989? Waar is de man van het grote gebaar eigenlijk gebleven? Schildert hij nog? Het net biedt geen uitkomst, op twee, drie wazige afbeeldingen na, waarop de kunstenaar een politiebusje wordt ingeslagen, en natuurlijk het iconische beeld van een huilende prinses Christina. Omdat Bunder zijn werk principieel niet signeert, kan in wezen ieder ongesigneerd werk het zijne zijn. ‘Cultuur is als schimmel in een vochtige kamer, die komt vanzelf, daar hangt geen naamkaartje aan.’ Hij kon het mooi zeggen. Bunder wordt geschaard onder de 'cryptisch-realisten'. Hoe hyperrealistisch zijn werk ook, het blijft aan interpretatie onderhevig. Zo ook dit doekje. Zien we een regenwoud, een bord linzensoep in vogelperspectief of een open hartoperatie in groentinten? ‘Moet ik dan álles zelf doen, ook kijken!?’ beet hij Matthijs van Nieuwkerk eens schuimbekkend toe. De kunstenaar weet zijn schilderijen compositorisch zó vernuftig op te zetten, dat het niet uitmaakt hoe ze worden opgehangen. Een vernuft dat aan het ingenieuze grenst, daar de schilder zelf vaak ook niet meer weet ‘hoe om en wat was het ook weer’ hij had geschilderd. Om kort te gaan: een Bunder van het zuiverste water. Alvorens mijn vondst te laten verzilveren voor dat vakantievillaatje in Normandië noem ik het Uitbottend lentegroen in oktober. Juli 2026 |