Drie redenen om niet meer uit Amsterdam weg te willen: 1. De jonge vrouw in de Kinkerstraat die om de zoveel meter met haar vuist verbeten tegen haar heup sloeg. Boos op haar mooie lichaam, dat naakt minder de aandacht zou hebben getrokken dan de nauwsluitende beige jurk waarvan de wijde rok haar benen streelde. Ik deed of ik het leed niet gezien had, zoals ik uitgehongerde meisjes niet zie, of een wijnvlek of een groeistoornis. Maar ze wist dat ik het gezien had. Het kon niet niet gezien worden. Haar verlegen glimlach was bemoedigend, als een knipoog dat zei 'maak je geen zorgen'. Bij het oversteken schoot de vrouw weer in een kramp en stompte zij haar heup die er als een schaal pruimen uit moest zien. Haar lange haar golfde op het ritme van de zelfkastijding. 2. De Egyptische groenteboer bij wie ik mandarijnen afrekende en die mij vorsend bleef aankijken. Ik had gevraagd of het een gebed was waar hij op de radio naar luisterde. Nee, geen gebed, zei hij. Iemand voorlezen uit de koran … niet voorlezen maar, hoe heet dat, uit het hoofd van de imam ... jij pakt een zin en hij gaat verder. En toen wilde de groenteman wel eens weten of er in het Vaticaan iemand was die de hele bijbel uit zijn hoofd kende. Nou? Nou? Ik wist het niet. 'Doet u maar drie euro,' zei hij in zijn sas. Weer eens had zijn geloof gewonnen. 'Dank u en tot ziens, malle middeleeuwse groenteman.' 3. Het hondje met de haarinplant van een gebleekte kokosnoot, dat zijn achterwerk over het gravel van het voetpad voortrok tegen de jeuk of vanwege een verlamming. En toen was ik nog niet eens langs Domela Nieuwenhuis met z'n tamme reiger gefietst. Juli 2026 |
Drie redenen om niet meer uit Amsterdam weg te willen: 1. De jonge vrouw in de Kinkerstraat die om de zoveel meter met haar vuist verbeten tegen haar heup sloeg. Boos op haar mooie lichaam, dat naakt minder de aandacht zou hebben getrokken dan de nauwsluitende beige jurk waarvan de wijde rok haar benen streelde. Ik deed of ik het leed niet gezien had, zoals ik uitgehongerde meisjes niet zie, of een wijnvlek of een groeistoornis. Maar ze wist dat ik het gezien had. Het kon niet niet gezien worden. Haar verlegen glimlach was bemoedigend, als een knipoog dat zei 'maak je geen zorgen'. Bij het oversteken schoot de vrouw weer in een kramp en stompte zij haar heup die er als een schaal pruimen uit moest zien. Haar lange haar golfde op het ritme van de zelfkastijding. 2. De Egyptische groenteboer bij wie ik mandarijnen afrekende en die mij vorsend bleef aankijken. Ik had gevraagd of het een gebed was waar hij op de radio naar luisterde. Nee, geen gebed, zei hij. Iemand voorlezen uit de koran … niet voorlezen maar, hoe heet dat, uit het hoofd van de imam ... jij pakt een zin en hij gaat verder. En toen wilde de groenteman wel eens weten of er in het Vaticaan iemand was die de hele bijbel uit zijn hoofd kende. Nou? Nou? Ik wist het niet. 'Doet u maar drie euro,' zei hij in zijn sas. Weer eens had zijn geloof gewonnen. 'Dank u en tot ziens, malle middeleeuwse groenteman.' 3. Het hondje met de haarinplant van een gebleekte kokosnoot, dat zijn achterwerk over het gravel van het voetpad voortrok tegen de jeuk of vanwege een verlamming. En toen was ik nog niet eens langs Domela Nieuwenhuis met z'n tamme reiger gefietst. Juli 2026 |