Mijn zoektocht om groots te leven in een relatief kleine wereld,
Dorst
Afgelopen weekend was ik op een fantastische bruiloft bij Gorinchem, op een dijk langs de Waal. Oude wilgen, een oud burgemeestershuis, een kerkje in zicht. Ik ken de familie goed en mijn vriendin, de bruid, is mij veel waard. Iedereen kampeerde langs het water. Ik voelde me gezegend om onderdeel te zijn van een groep die het leven viert; bijzondere mensen, bekenden én onbekenden. Ik hou ervan nieuwe mensen te ontmoeten. Iets wat mijn vrienden me nog wel eens voorhielden als ik weer eens weg fladderde. Wat mij betreft heeft iedereen iets interessants; ik ben dorstig naar nieuwe verhalen, perspectieven en gezichten. En ondanks dat ik het liefst meteen de diepte in ga, ontkom je niet aan een beginnetje. Een eerste vraag. In veel omgevingen zet ik me schrap voor de vraag: 'Wat doe jij (voor werk)?’. Ik heb geen (betaald) werk. Maar we hebben werk wel tot onze voornaamste identiteit gemaakt. Je fais, donc je suis. Ik doe, dus ik ben. Bovendien is de onderliggende vraag die we elkaar stellen volgens mij eerder: Wie bén jij? Maar ons antwoord is meestal: Ik vertel je over mijn werk. Als je werk ooit wegvalt, drastisch verandert of je “er tijdelijk uitligt”, ben je immers nog steeds iemand. Het kan even zoeken zijn, en het voelt zeker zeer ongemakkelijk. Maar de andere dimensies van jezelf zijn te interessant om niet te ontdekken en naar voren te schuiven. Gelukkig kwam deze vraag over werk op de bruiloft geen enkele keer voorbij. Maar ik raakte uiteraard wel aan de praat met onbekenden. Bij de bar, in de rij bij de WC, op het kampeerveld. Na gezellig geklets over de zeer handige Quechua pop-up tent of het verrukkelijke eten, kwam uiteindelijk ook de vraag: 'Hoe ken jij de bruid of bruidegom?’ De antwoorden van de vooralsnog onbekenden varieerden: samen zingen in een koor, over filosofie schrijven, de debatclub of samen vliegen in kleine vliegtuigjes. De leukste hoorde ik op weg naar huis: iemand die spontaan met ons meereed, vertelde dat ze onze vriendin in de trein naar Wageningen had leren kennen. Typisch J., ze pikt ze ook overal op. En zo wordt de vraag mij ook teruggesteld, hoe kennen jullie elkaar? Ik zoek naar mijn insteek. ‘J. en ik woonden jaren samen, maar daarna was ik een flinke tijd van de radar.' Waarom stop ik niet eerder? ‘We woonden jaren samen’. Punt. Omdat mijn geschiedenis met ziekte, mijn leven met een beperking, net als werk voor anderen, een groot deel van mijn identiteit is geworden. Daar vulde ik al mijn uren mee, jaar na jaar. Ik ben nog steeds zoekende wat ik anders over mezelf moet vertellen in een wereld die vooral wilt weten wat je doet. En als ik er niets over zeg, voelt het alsof ik iets achterhoud. Of durf ik nog niet iemand te zijn zónder dit verhaal? Maar voordat ik deze gedachte af kan maken, komen de vragen. Oh nee, waardoor? (Ziekte.) Ik probeer het gesprek hier meestal van richting te veranderen. Want ziek worden betekent niet altijd beter worden maar dat is een ander, langer verhaal. Te lang voor mijn 24 uur in deze grote, vrije wereld waar ik nieuwe dingen op kan zuigen. Dus: ‘Alsjeblieft, vertel me meer over jou’. Gelukkig bewegen mensen graag mee. En ik wil met het tweede deel van mijn antwoord volgens mij nog meer vertellen. Of verklaren eigenlijk, namelijk waarom de onbekende en ik elkaar nog niet kennen. Mijn vriendschap met J. was toen we samen woonden intens rijk en zit gelukkig nog boordevol liefde. Maar ik had deze persoon hoogstwaarschijnlijk wel een keer ontmoet als ik niet al die jaren naar de achtergrond was verdwenen. Ik zou bij de notoire huisfeestjes zijn geweest, was meegegaan op de prachtige bergwandelingen (indien uitgenodigd maar daar ga ik voor het gemak volledig vanuit) en ik had de afronding van J.’s PhD uitbundig meegevierd tot in de late uurtjes. En dit geldt voor veel belangrijke momenten van vrienden en familie. Ik heb nou eenmaal veel moeten missen. Gelukkig ben ik er steeds vaker weer bij. En toen gebeurde er iets moois op die bruiloft. Midden op de dansvloer staat er alweer een onbekende naast me. In een vrolijke blouse vol rouches, een vrolijke uitstraling. We kletsen wat en voor ik het weet rollen dezelfde zinnen uit mijn mond als bij de voorgaande zeven gesprekken. Ik zie de te verwachte reactie en zeg dat ik eigenlijk niet zo’n zin heb om het erover te hebben. Hij knikt. Hij zegt dat hij parallel hetzelfde had bedacht. Ik vervolg met: ‘Weet je wat? Je mag me er twee vragen over stellen. Dan stil ik jouw nieuwsgierigheid en twee vragen zijn voor mij een makkie.’ En zijn eerste vraag, en alle vragen daarna, gaan over iets heel anders. Ik kwam met flinke dorst binnen. En onverwachts baad ik in een bad van liefde temidden van oude vrienden en geniet ik van de ontmoetingen met onbekenden. Met een grote smile en wat tranen lift ik ongeneerd mee op de diepe liefde tussen het paar, hun gezinnen en vrienden. Mijn dorst is ruimschoots gelest. Het blijft een proces hoe je te verhouden tot onbekenden als je pad drastisch anders is gelopen dan gemiddeld. En wie ben ik dan? Ik ben gewoon liefde. Net als jij. En nu weet ik het echt zeker: ik doe het bijzonder goed op huwelijken. Dus nodig me vooral uit.
Joe! Philippine Altijd leuk om je gedachten te horen – en voel je vrij de nieuwsbrief te delen.
Over De Wortel en De Wolk De Wortel staat voor het gegronde; dichtbij, stevig, simpel en vaak ondergewaardeerd. |
#11 De Wortel en De Wolk - Dorst
Mijn zoektocht om groots te leven in een relatief kleine wereld,
Dorst
Afgelopen weekend was ik op een fantastische bruiloft bij Gorinchem, op een dijk langs de Waal. Oude wilgen, een oud burgemeestershuis, een kerkje in zicht. Ik ken de familie goed en mijn vriendin, de bruid, is mij veel waard. Iedereen kampeerde langs het water. Ik voelde me gezegend om onderdeel te zijn van een groep die het leven viert; bijzondere mensen, bekenden én onbekenden. Ik hou ervan nieuwe mensen te ontmoeten. Iets wat mijn vrienden me nog wel eens voorhielden als ik weer eens weg fladderde. Wat mij betreft heeft iedereen iets interessants; ik ben dorstig naar nieuwe verhalen, perspectieven en gezichten. En ondanks dat ik het liefst meteen de diepte in ga, ontkom je niet aan een beginnetje. Een eerste vraag. In veel omgevingen zet ik me schrap voor de vraag: 'Wat doe jij (voor werk)?’. Ik heb geen (betaald) werk. Maar we hebben werk wel tot onze voornaamste identiteit gemaakt. Je fais, donc je suis. Ik doe, dus ik ben. Bovendien is de onderliggende vraag die we elkaar stellen volgens mij eerder: Wie bén jij? Maar ons antwoord is meestal: Ik vertel je over mijn werk. Als je werk ooit wegvalt, drastisch verandert of je “er tijdelijk uitligt”, ben je immers nog steeds iemand. Het kan even zoeken zijn, en het voelt zeker zeer ongemakkelijk. Maar de andere dimensies van jezelf zijn te interessant om niet te ontdekken en naar voren te schuiven. Gelukkig kwam deze vraag over werk op de bruiloft geen enkele keer voorbij. Maar ik raakte uiteraard wel aan de praat met onbekenden. Bij de bar, in de rij bij de WC, op het kampeerveld. Na gezellig geklets over de zeer handige Quechua pop-up tent of het verrukkelijke eten, kwam uiteindelijk ook de vraag: 'Hoe ken jij de bruid of bruidegom?’ De antwoorden van de vooralsnog onbekenden varieerden: samen zingen in een koor, over filosofie schrijven, de debatclub of samen vliegen in kleine vliegtuigjes. De leukste hoorde ik op weg naar huis: iemand die spontaan met ons meereed, vertelde dat ze onze vriendin in de trein naar Wageningen had leren kennen. Typisch J., ze pikt ze ook overal op. En zo wordt de vraag mij ook teruggesteld, hoe kennen jullie elkaar? Ik zoek naar mijn insteek. ‘J. en ik woonden jaren samen, maar daarna was ik een flinke tijd van de radar.' Waarom stop ik niet eerder? ‘We woonden jaren samen’. Punt. Omdat mijn geschiedenis met ziekte, mijn leven met een beperking, net als werk voor anderen, een groot deel van mijn identiteit is geworden. Daar vulde ik al mijn uren mee, jaar na jaar. Ik ben nog steeds zoekende wat ik anders over mezelf moet vertellen in een wereld die vooral wilt weten wat je doet. En als ik er niets over zeg, voelt het alsof ik iets achterhoud. Of durf ik nog niet iemand te zijn zónder dit verhaal? Maar voordat ik deze gedachte af kan maken, komen de vragen. Oh nee, waardoor? (Ziekte.) Ik probeer het gesprek hier meestal van richting te veranderen. Want ziek worden betekent niet altijd beter worden maar dat is een ander, langer verhaal. Te lang voor mijn 24 uur in deze grote, vrije wereld waar ik nieuwe dingen op kan zuigen. Dus: ‘Alsjeblieft, vertel me meer over jou’. Gelukkig bewegen mensen graag mee. En ik wil met het tweede deel van mijn antwoord volgens mij nog meer vertellen. Of verklaren eigenlijk, namelijk waarom de onbekende en ik elkaar nog niet kennen. Mijn vriendschap met J. was toen we samen woonden intens rijk en zit gelukkig nog boordevol liefde. Maar ik had deze persoon hoogstwaarschijnlijk wel een keer ontmoet als ik niet al die jaren naar de achtergrond was verdwenen. Ik zou bij de notoire huisfeestjes zijn geweest, was meegegaan op de prachtige bergwandelingen (indien uitgenodigd maar daar ga ik voor het gemak volledig vanuit) en ik had de afronding van J.’s PhD uitbundig meegevierd tot in de late uurtjes. En dit geldt voor veel belangrijke momenten van vrienden en familie. Ik heb nou eenmaal veel moeten missen. Gelukkig ben ik er steeds vaker weer bij. En toen gebeurde er iets moois op die bruiloft. Midden op de dansvloer staat er alweer een onbekende naast me. In een vrolijke blouse vol rouches, een vrolijke uitstraling. We kletsen wat en voor ik het weet rollen dezelfde zinnen uit mijn mond als bij de voorgaande zeven gesprekken. Ik zie de te verwachte reactie en zeg dat ik eigenlijk niet zo’n zin heb om het erover te hebben. Hij knikt. Hij zegt dat hij parallel hetzelfde had bedacht. Ik vervolg met: ‘Weet je wat? Je mag me er twee vragen over stellen. Dan stil ik jouw nieuwsgierigheid en twee vragen zijn voor mij een makkie.’ En zijn eerste vraag, en alle vragen daarna, gaan over iets heel anders. Ik kwam met flinke dorst binnen. En onverwachts baad ik in een bad van liefde temidden van oude vrienden en geniet ik van de ontmoetingen met onbekenden. Met een grote smile en wat tranen lift ik ongeneerd mee op de diepe liefde tussen het paar, hun gezinnen en vrienden. Mijn dorst is ruimschoots gelest. Het blijft een proces hoe je te verhouden tot onbekenden als je pad drastisch anders is gelopen dan gemiddeld. En wie ben ik dan? Ik ben gewoon liefde. Net als jij. En nu weet ik het echt zeker: ik doe het bijzonder goed op huwelijken. Dus nodig me vooral uit.
Joe! Philippine Altijd leuk om je gedachten te horen – en voel je vrij de nieuwsbrief te delen.
Over De Wortel en De Wolk De Wortel staat voor het gegronde; dichtbij, stevig, simpel en vaak ondergewaardeerd. |