Meel
By Vincent Bakkum
Meel 288 AnemoonhoningOct 15, 2026Meel 287 AlohaOct 8, 2026Meel 286 IncestOct 1, 2026Meel 285 SpeechSep 24, 2026Meel 284 TrutSep 17, 2026Meel 283 InteressantSep 10, 2026Meel 282 Station CastricumSep 3, 2026Meel 281 Nacht van de KunstenAug 27, 2026Meel 280 LoopvogelAug 20, 2026Meel 279 KomkommertijdAug 13, 2026
1 of 9

Meel 255 Gerard

Feb 26, 2026

Image

Her en der in de boomgaard staan oranje plastic vlaggetjes in de molshopen. De landlady heeft de zinloze strijd weer eens aangebonden. Ik moet aan Gerard denken.

Gerard was een vierentachtigjarige 'filmster' met een gelooide kop en een grijze kuif. Iets in zijn mond klepperde vrolijk mee toen hij mij de fijne kneepjes van het vak uit de doeken deed; op de fiets in een frisgewassen geruit overhemd met korte mouwen en comfortschoenen. Maar ik zag hem zittend op zijn paard. Leunend op de zadelknop spoog hij een fluim pruimtabak voor m’n voeten. Met samengeknepen ogen zag hij dingen op de prairie die voor mij onzichtbaar waren. Hij snoof in de lucht en hij wist: Sioux, een dagreis van hier, waarvan één op een hinkende muilezel, stapvoets door een droge rivierbedding.

Uit zijn zadeltas (een vuil linnen tasje onder zijn snelbinders) pakte Gerard een klem. Met zijn grote tuindersjatten, eeltig en zwart gekerfd, groef hij het hoopje grond weg en duwde hij vakbekwaam, als een gynaecoloog, twee vingers in de mollengang.

‘Hier moet-ie tussen. Kluit erop en afwachten.'

De premiejager beurde vijf euro per mol, totdat de fietstochten naar Hamelen hem te veel werden. In een joviale bui had ik aangeboden zijn schrikbewind over te nemen. Kleinschalig dierenleed dat ik vond opwegen tegen de bekoring van een egale grasmat. Van alle 'gevangen' mollen was er slechts één omgekomen door een barmhartig gekraakt schedeltje. De rest was een wrede marteldood gestorven.

Als zoon van het platteland zat het brute kwaad in mijn genen. En als ík het niet deed, deed een andere cowboy in deze uitbestedingsmaatschappij het wel. Maar toen ik de vierde of vijfde mol aan een vrijwel afgerukt voorpootje dood gestreden in de klem aantrof, besloot ik ermee op te houden. Er was bovendien niet tegenop te moorden – een uitgeroeid territorium werd razendsnel weer ingenomen door verse mollen.

Gerard doodde met een nog enigszins 'geldige' reden: ter aanvulling van een Rijnreisje met zijn bedlegerige echtgenote. Voor mij golden geen verzachtende omstandigheden, veeleer verzwarende: ik deed het voor de drank, een fles wijn per mol, dead or alive …

Feb 2026

 









Meel

Meel 255 Gerard

Feb 26, 2026
Image

Her en der in de boomgaard staan oranje plastic vlaggetjes in de molshopen. De landlady heeft de zinloze strijd weer eens aangebonden. Ik moet aan Gerard denken.

Gerard was een vierentachtigjarige 'filmster' met een gelooide kop en een grijze kuif. Iets in zijn mond klepperde vrolijk mee toen hij mij de fijne kneepjes van het vak uit de doeken deed; op de fiets in een frisgewassen geruit overhemd met korte mouwen en comfortschoenen. Maar ik zag hem zittend op zijn paard. Leunend op de zadelknop spoog hij een fluim pruimtabak voor m’n voeten. Met samengeknepen ogen zag hij dingen op de prairie die voor mij onzichtbaar waren. Hij snoof in de lucht en hij wist: Sioux, een dagreis van hier, waarvan één op een hinkende muilezel, stapvoets door een droge rivierbedding.

Uit zijn zadeltas (een vuil linnen tasje onder zijn snelbinders) pakte Gerard een klem. Met zijn grote tuindersjatten, eeltig en zwart gekerfd, groef hij het hoopje grond weg en duwde hij vakbekwaam, als een gynaecoloog, twee vingers in de mollengang.

‘Hier moet-ie tussen. Kluit erop en afwachten.'

De premiejager beurde vijf euro per mol, totdat de fietstochten naar Hamelen hem te veel werden. In een joviale bui had ik aangeboden zijn schrikbewind over te nemen. Kleinschalig dierenleed dat ik vond opwegen tegen de bekoring van een egale grasmat. Van alle 'gevangen' mollen was er slechts één omgekomen door een barmhartig gekraakt schedeltje. De rest was een wrede marteldood gestorven.

Als zoon van het platteland zat het brute kwaad in mijn genen. En als ík het niet deed, deed een andere cowboy in deze uitbestedingsmaatschappij het wel. Maar toen ik de vierde of vijfde mol aan een vrijwel afgerukt voorpootje dood gestreden in de klem aantrof, besloot ik ermee op te houden. Er was bovendien niet tegenop te moorden – een uitgeroeid territorium werd razendsnel weer ingenomen door verse mollen.

Gerard doodde met een nog enigszins 'geldige' reden: ter aanvulling van een Rijnreisje met zijn bedlegerige echtgenote. Voor mij golden geen verzachtende omstandigheden, veeleer verzwarende: ik deed het voor de drank, een fles wijn per mol, dead or alive …

Feb 2026