Om niemand te kwetsen zal ik zo objectief mogelijk registreren. Het betreft een vernissage tijdens de zoveelste Kunst10daagse in de duinpan der bemiddelden, deze enclave der gelukzaligen. Ik had net lekker gegeten, Ajax speelde tegen Heerenveen en ik had hélemaal geen zin in allerindividueelste expressies van het allerindividueelste. Desondanks fietste ik door de motregen naar het voormalige PTT gebouwtje met de groepsexpositie van belegen druktemakers die vanwege de overschreden houdbaarheidsdatum allang uit de schappen zouden moeten zijn gevist. Stampmuziek van misogyne rappers maakte de exposanten zo mogelijk nog ouder en behoeftiger. En waarom kon men zich niet een beetje fatsoenlijk kleden en hier en daar een vochtig doekje langs halen? Waarom moet artistieke recalcitrantie en onaangepastheid naar het Leger des Heils ruiken? Op zekere leeftijd dient men werk te maken van de présence in de openbare ruimte. Het handjevol genodigden wekte niet de indruk zich veel gelegen te laten liggen aan de kunstwerken die er vorig jaar en het jaar daarvoor ook al hingen. Verkreukelde, met hun evenwicht worstelende nymfen, verkleed als jaren zeventig groupies, gonsden kirrend rond de om moedermelk verlegen klunstenaars. Toen ik mijn snor wilde drukken viel mij een man op die ik van vroeger kende, van mijn leeftijd, gesoigneerd en ongewoon jeugdig en vitaal. Was hij niet ooit naar Finland vertrokken? Wat deed hij in dit kot vol kraakpandkunst? Toen ik hem aansprak bleek hij reeds jaren in het dorp te vertoeven. Zijn parfum, een melange van witte salie, iets zilts en nog iets, was evenzo etherisch als bedwelmend. Wonderbaarlijk hoe iemand op een zó aangename wijze bescheiden en gelijktijdig zó aanwezig kan zijn. Maar hoorde ik dat goed? Exposeerde hij zijn schilderijen? In het souterrain? Afgedaald in de kelders, die mij deden denken aan de Syrische martelkamers van Assad, stond ik oog in oog met tien prachtige schilderijen die zachtjes schreeuwden om genade. Okt 2026 |
Meel 289 Kunst10daagse
Om niemand te kwetsen zal ik zo objectief mogelijk registreren. Het betreft een vernissage tijdens de zoveelste Kunst10daagse in de duinpan der bemiddelden, deze enclave der gelukzaligen. Ik had net lekker gegeten, Ajax speelde tegen Heerenveen en ik had hélemaal geen zin in allerindividueelste expressies van het allerindividueelste. Desondanks fietste ik door de motregen naar het voormalige PTT gebouwtje met de groepsexpositie van belegen druktemakers die vanwege de overschreden houdbaarheidsdatum allang uit de schappen zouden moeten zijn gevist. Stampmuziek van misogyne rappers maakte de exposanten zo mogelijk nog ouder en behoeftiger. En waarom kon men zich niet een beetje fatsoenlijk kleden en hier en daar een vochtig doekje langs halen? Waarom moet artistieke recalcitrantie en onaangepastheid naar het Leger des Heils ruiken? Op zekere leeftijd dient men werk te maken van de présence in de openbare ruimte. Het handjevol genodigden wekte niet de indruk zich veel gelegen te laten liggen aan de kunstwerken die er vorig jaar en het jaar daarvoor ook al hingen. Verkreukelde, met hun evenwicht worstelende nymfen, verkleed als jaren zeventig groupies, gonsden kirrend rond de om moedermelk verlegen klunstenaars. Toen ik mijn snor wilde drukken viel mij een man op die ik van vroeger kende, van mijn leeftijd, gesoigneerd en ongewoon jeugdig en vitaal. Was hij niet ooit naar Finland vertrokken? Wat deed hij in dit kot vol kraakpandkunst? Toen ik hem aansprak bleek hij reeds jaren in het dorp te vertoeven. Zijn parfum, een melange van witte salie, iets zilts en nog iets, was evenzo etherisch als bedwelmend. Wonderbaarlijk hoe iemand op een zó aangename wijze bescheiden en gelijktijdig zó aanwezig kan zijn. Maar hoorde ik dat goed? Exposeerde hij zijn schilderijen? In het souterrain? Afgedaald in de kelders, die mij deden denken aan de Syrische martelkamers van Assad, stond ik oog in oog met tien prachtige schilderijen die zachtjes schreeuwden om genade. Okt 2026 |