Meel
By Vincent Bakkum
Meel 282 Station CastricumSep 3, 2026Meel 281 Nacht van de KunstenAug 27, 2026Meel 280 LoopvogelAug 20, 2026Meel 279 KomkommertijdAug 13, 2026Meel 278 Syndroom van Down JonesAug 6, 2026Meel 277 Gus BunderJul 30, 2026Meel 276 Drie redenenJul 23, 2026Meel 275 Paris-DakarJul 16, 2026Meel 274 BottargaJul 9, 2026Meel 273 KrijtrotsenJul 2, 2026
1 of 9

Meel 233 Vissensperma

Sep 25, 2025

 

Image

Ook deze week wend ik mijn talent en podium niet aan voor de strijd tegen de ongenadige algoritmes die net zo lang het sociale weefsel aanvreten tot iedereen elkaar de hersens inslaat of wat daar dan nog van over is.

Laat mij het maar hebben over mijn vader en gebakken vis.

Toen hij nog kon lopen (en leven) aten we wel eens bij hem. Mosselen, hachee, broccolisoep, gefrituurde scharretjes. Geen uitgebreide kaart, maar wel heel lekker. Vonden ook mijn kinderen, tot ze inzage kregen in opa's culinaire verrichtingen en hij zich genoopt zag tot het bakken van pannenkoeken of ons mee uit eten te nemen.

Mijn vegetarische puberdochters waren gek op zijn gebonden broccolisoep. Wat doe je daar allemaal in, opa?

'Je proeft het geeneens, hè?' zei hij glunderend over zijn vegetarische soep. 'Ik kook altijd eerst een paar stukken ossenstaart uit voor ik de broccoli pureer, beetje tabasco en klaar. Er zit geen draadje vlees in!'

Zo belandde, na de hachee van gemarteld dier en de mosselen waar mijn kinderen sowieso van gruwden, ook de broccolisoep op de zwarte lijst van zijn Finse kleinkroost.

Niet lang daarna volgden de scharretjes.

Heerlijk in arachideolie goudbruin gefrituurde schele platvissen met van genot gekrulde staarten. Zo van de kotter in Den Oever, verser bestond niet, snoefde hij. Boterzacht wit vlees met een krokant zout korstje, zonder vissmaak!

Tot mijn jongste met haar vork een fijn geaderde flubber uit de buikholte viste.

'Hom, lieverd!' zei mijn vader, terwijl hij haar een kom voor de graten voorhield. 'Een soort vissensperma,' verduidelijkte hij, waarop mijn dochter wegkijkend en draaiend met haar ogen de rest van de schar van haar bord in de kom schoof.

Mijn vader heeft daarna nog wel eens een visje voor mij en mijn vriendin gebakken, maar de sjeu was eraf, hetgeen hem goed uitkwam, want staan en lopen werden een steeds grotere kwelling.

'Alvorens gij, Wilhelmus Agatha, voor eeuwig gaat liggen, moogt gij eerst nog een lustrum lang zitten en behoeft gij geen vis meer te bakken,' zo was het oordeel van de God van zijn ouders.

Sept 2025

Meel

Meel 233 Vissensperma

Sep 25, 2025

 

Image

Ook deze week wend ik mijn talent en podium niet aan voor de strijd tegen de ongenadige algoritmes die net zo lang het sociale weefsel aanvreten tot iedereen elkaar de hersens inslaat of wat daar dan nog van over is.

Laat mij het maar hebben over mijn vader en gebakken vis.

Toen hij nog kon lopen (en leven) aten we wel eens bij hem. Mosselen, hachee, broccolisoep, gefrituurde scharretjes. Geen uitgebreide kaart, maar wel heel lekker. Vonden ook mijn kinderen, tot ze inzage kregen in opa's culinaire verrichtingen en hij zich genoopt zag tot het bakken van pannenkoeken of ons mee uit eten te nemen.

Mijn vegetarische puberdochters waren gek op zijn gebonden broccolisoep. Wat doe je daar allemaal in, opa?

'Je proeft het geeneens, hè?' zei hij glunderend over zijn vegetarische soep. 'Ik kook altijd eerst een paar stukken ossenstaart uit voor ik de broccoli pureer, beetje tabasco en klaar. Er zit geen draadje vlees in!'

Zo belandde, na de hachee van gemarteld dier en de mosselen waar mijn kinderen sowieso van gruwden, ook de broccolisoep op de zwarte lijst van zijn Finse kleinkroost.

Niet lang daarna volgden de scharretjes.

Heerlijk in arachideolie goudbruin gefrituurde schele platvissen met van genot gekrulde staarten. Zo van de kotter in Den Oever, verser bestond niet, snoefde hij. Boterzacht wit vlees met een krokant zout korstje, zonder vissmaak!

Tot mijn jongste met haar vork een fijn geaderde flubber uit de buikholte viste.

'Hom, lieverd!' zei mijn vader, terwijl hij haar een kom voor de graten voorhield. 'Een soort vissensperma,' verduidelijkte hij, waarop mijn dochter wegkijkend en draaiend met haar ogen de rest van de schar van haar bord in de kom schoof.

Mijn vader heeft daarna nog wel eens een visje voor mij en mijn vriendin gebakken, maar de sjeu was eraf, hetgeen hem goed uitkwam, want staan en lopen werden een steeds grotere kwelling.

'Alvorens gij, Wilhelmus Agatha, voor eeuwig gaat liggen, moogt gij eerst nog een lustrum lang zitten en behoeft gij geen vis meer te bakken,' zo was het oordeel van de God van zijn ouders.

Sept 2025