Amsterredam is oranjegekleurd en de trottoirs liggen dichtgeslibd door zolderafval. 'Kom maar, schat, hiero,' zegt een volbloed Amsterdammer, sjekkie draaiend, tegen een dametje met rollator. Honkbalpet achterstevoren op zijn tot staart bijeengebonden krullen. Hij pakt haar arm en loodst haar over de drukke Jan Pieter Heijestraat. Hij wacht niet op een rustig moment, maar legt met zijn vrije slopersklauw doodgemoedereerd het verkeer stil; in de hoop dat een automobilist stennis schopt, denkt het slechte mens in mij, na aanvankelijk bijna een traan te hebben gelaten om zijn 'kom maar, schat'. Niets wenselijkers dan op een dag als deze het recht aan zijn zijde verdedigen. IJdele hoop natuurlijk, want wie wil er nou ophef met deze potige en aangeschoten Samaritaan met op het trottoir een trouwe, vleesspiesen grillende achterban? Uit een grafkist van een speaker dendert snoeiharde reggae. Een grote grijze hond ligt lamgeslagen door een leven lang volkse gezelligheid uitgeteld op de stoep. Nadat hij tante Leen de straat over heeft geholpen, bekommert het stamhoofd zich grollend over een jochie op een driewieler, het zoontje van een kennis van de sportschool. Iedereen moet hard lachen. Kom niet aan z'n hond, z'n neefje of z'n oude moedertje, want hoe zorgzaam en sociaal bewogen ook, hij is iemand die pederasten doodslaat in de gevangenis. Net als zijn lethargische hond doet deze wereldgozer geen vlieg kwaad, tot hij schuimbekkend aan je broek hangt door een blik die hem niet beviel of een vreemd luchtje dat hem aan oud zeer herinnerde. Vooralsnog is er geen vuiltje aan de lucht. Lang leve de koning! Mei 2026 |
Amsterredam is oranjegekleurd en de trottoirs liggen dichtgeslibd door zolderafval. 'Kom maar, schat, hiero,' zegt een volbloed Amsterdammer, sjekkie draaiend, tegen een dametje met rollator. Honkbalpet achterstevoren op zijn tot staart bijeengebonden krullen. Hij pakt haar arm en loodst haar over de drukke Jan Pieter Heijestraat. Hij wacht niet op een rustig moment, maar legt met zijn vrije slopersklauw doodgemoedereerd het verkeer stil; in de hoop dat een automobilist stennis schopt, denkt het slechte mens in mij, na aanvankelijk bijna een traan te hebben gelaten om zijn 'kom maar, schat'. Niets wenselijkers dan op een dag als deze het recht aan zijn zijde verdedigen. IJdele hoop natuurlijk, want wie wil er nou ophef met deze potige en aangeschoten Samaritaan met op het trottoir een trouwe, vleesspiesen grillende achterban? Uit een grafkist van een speaker dendert snoeiharde reggae. Een grote grijze hond ligt lamgeslagen door een leven lang volkse gezelligheid uitgeteld op de stoep. Nadat hij tante Leen de straat over heeft geholpen, bekommert het stamhoofd zich grollend over een jochie op een driewieler, het zoontje van een kennis van de sportschool. Iedereen moet hard lachen. Kom niet aan z'n hond, z'n neefje of z'n oude moedertje, want hoe zorgzaam en sociaal bewogen ook, hij is iemand die pederasten doodslaat in de gevangenis. Net als zijn lethargische hond doet deze wereldgozer geen vlieg kwaad, tot hij schuimbekkend aan je broek hangt door een blik die hem niet beviel of een vreemd luchtje dat hem aan oud zeer herinnerde. Vooralsnog is er geen vuiltje aan de lucht. Lang leve de koning! Mei 2026 |