Naar aanleiding van mijn laatste stukje kreeg ik een compliment van de arts die drie jaar geleden een kwaadaardige samenklontering in mijn keel te lijf was gegaan door de hele zwanenhals te vervangen door een stortkoker. 'Bloedmooi,' mailde hij. Een chirurg kan het van zijn handen en uit zijn schort wassen, maar niet uit zijn jargon. Een mooi compliment. Maar dat niet alleen. Zijn mail raakte mij anders, dieper, ergens achter het borstbeen, om de hoek van mijn hart, daar waar hij met zijn complices heeft huisgehouden. Ik moest zowaar even slikken, tegen de tranen. Dit mag teerhartig klinken, maar door de regie destijds toe te vertrouwen aan de suède geschoeide chirurgijn van het UMC adem ik nog steeds en met plezier! Na zijn intieme interventie ben ik behept met iets dat lijkt op het Stockholmsyndroom, maar ook op de fabel van Androclus en de leeuw met de doorn in zijn poot. Zou deze gemoedstoestand bekend zijn in de medische wereld? Niet zozeer dat gevoel van dankbaarheid als wel van een vaag verdriet om een lang geleden verloren liefde; om de dingen die voorbijgaan en de vergeefse schoonheid van het leven. Een triest geluksgevoel, dat onwillekeurig opwelt zodra dokter Androclus van zich laat horen. Maar daarmee zijn we er nog niet. In de fabel wordt Androclus in zijn latere leven – waarom weet ik niet – voor de leeuwen geworpen. U raadt het al: in plaats van verscheurd te worden, begint de allergevaarlijkste leeuw met zijn staart te kwispelen … Bloedmooi. Apr 2026 |
Naar aanleiding van mijn laatste stukje kreeg ik een compliment van de arts die drie jaar geleden een kwaadaardige samenklontering in mijn keel te lijf was gegaan door de hele zwanenhals te vervangen door een stortkoker. 'Bloedmooi,' mailde hij. Een chirurg kan het van zijn handen en uit zijn schort wassen, maar niet uit zijn jargon. Een mooi compliment. Maar dat niet alleen. Zijn mail raakte mij anders, dieper, ergens achter het borstbeen, om de hoek van mijn hart, daar waar hij met zijn complices heeft huisgehouden. Ik moest zowaar even slikken, tegen de tranen. Dit mag teerhartig klinken, maar door de regie destijds toe te vertrouwen aan de suède geschoeide chirurgijn van het UMC adem ik nog steeds en met plezier! Na zijn intieme interventie ben ik behept met iets dat lijkt op het Stockholmsyndroom, maar ook op de fabel van Androclus en de leeuw met de doorn in zijn poot. Zou deze gemoedstoestand bekend zijn in de medische wereld? Niet zozeer dat gevoel van dankbaarheid als wel van een vaag verdriet om een lang geleden verloren liefde; om de dingen die voorbijgaan en de vergeefse schoonheid van het leven. Een triest geluksgevoel, dat onwillekeurig opwelt zodra dokter Androclus van zich laat horen. Maar daarmee zijn we er nog niet. In de fabel wordt Androclus in zijn latere leven – waarom weet ik niet – voor de leeuwen geworpen. U raadt het al: in plaats van verscheurd te worden, begint de allergevaarlijkste leeuw met zijn staart te kwispelen … Bloedmooi. Apr 2026 |