De laatste competitiewedstrijden van Ajax heb ik in Café Hans aan de Amstelveenseweg gekeken. Behalve een derde garnituur Europees ticket stond er niets meer op het spel. Ook dit seizoen speelden we als een stuurloze middenmoter met minderwaardig 'materiaal'. 'We?' vroeg mijn verkering. 'Ja, 'we' ja!' blafte ik vanaf de kast. Kom niet aan mijn materiaal! Gewoontegetrouw werd de televisie in Café Hans aangezet. Meestal had het fluitje van de scheidsrechter allang geklonken als het levenslied werd weggedraaid voor het stadiongeloei en de geforceerde geestdrift van de verslaggever. In Café Hans hield men zich niet langer onledig met het voorspel van interviews en close-ups van de warming-up. De sjeu was er af. Die ooit zo opwindende prelude droeg toch niet bij aan de begeerde climax van tijdens de hoogtijdagen. 'We' zouden voor de zoveelste keer op rij toch wel weer genaaid worden door Almere City of Velsen-Noord. Het wezenloze geren en getrap op het fluorescerende groene scherm was van eenzelfde lamlendigheid als het commentaar van de stamgasten. AOW-ende afvoerputjes die, aangesloten op dezelfde riolering van gedachtengoed, gelijkgestemde afvoergeluiden produceerden: bijdehante straathumor en rochelend gelach. Zó geestig dat je er wel eens beroerd van wordt (Carmiggelt). De ambiance in Café Hans droeg niet bij tot een familiaal wij-gevoel. Het enige wat ik gemeen had met de lokale grootverbruikers was mijn geslacht en mijn leeftijd. Ik kwam uit een heel andere apenclan. Café Hans was niet míjn rots. Ajax was van hun. Hun mochten zijn wie hun waren en brullen wat hun wilden. In de hoop niet de wrevel te wekken van een ondergeschikt alfamannetje nipte ik stilletjes negentig heilloze minuten van mijn witbiertje. Op zich al een steen des aanstoots, maar het werd getolereerd, ik kreeg zowaar een borrelglaasje gratis pinda's. 'Hoe ging het?' vroeg de thuiszorg. 'Ze hebben weer eens niet gewonnen.' Juni 2026 |
De laatste competitiewedstrijden van Ajax heb ik in Café Hans aan de Amstelveenseweg gekeken. Behalve een derde garnituur Europees ticket stond er niets meer op het spel. Ook dit seizoen speelden we als een stuurloze middenmoter met minderwaardig 'materiaal'. 'We?' vroeg mijn verkering. 'Ja, 'we' ja!' blafte ik vanaf de kast. Kom niet aan mijn materiaal! Gewoontegetrouw werd de televisie in Café Hans aangezet. Meestal had het fluitje van de scheidsrechter allang geklonken als het levenslied werd weggedraaid voor het stadiongeloei en de geforceerde geestdrift van de verslaggever. In Café Hans hield men zich niet langer onledig met het voorspel van interviews en close-ups van de warming-up. De sjeu was er af. Die ooit zo opwindende prelude droeg toch niet bij aan de begeerde climax van tijdens de hoogtijdagen. 'We' zouden voor de zoveelste keer op rij toch wel weer genaaid worden door Almere City of Velsen-Noord. Het wezenloze geren en getrap op het fluorescerende groene scherm was van eenzelfde lamlendigheid als het commentaar van de stamgasten. AOW-ende afvoerputjes die, aangesloten op dezelfde riolering van gedachtengoed, gelijkgestemde afvoergeluiden produceerden: bijdehante straathumor en rochelend gelach. Zó geestig dat je er wel eens beroerd van wordt (Carmiggelt). De ambiance in Café Hans droeg niet bij tot een familiaal wij-gevoel. Het enige wat ik gemeen had met de lokale grootverbruikers was mijn geslacht en mijn leeftijd. Ik kwam uit een heel andere apenclan. Café Hans was niet míjn rots. Ajax was van hun. Hun mochten zijn wie hun waren en brullen wat hun wilden. In de hoop niet de wrevel te wekken van een ondergeschikt alfamannetje nipte ik stilletjes negentig heilloze minuten van mijn witbiertje. Op zich al een steen des aanstoots, maar het werd getolereerd, ik kreeg zowaar een borrelglaasje gratis pinda's. 'Hoe ging het?' vroeg de thuiszorg. 'Ze hebben weer eens niet gewonnen.' Juni 2026 |