In het Westerpark staat een Hans en Grietje huisje dat De Parkwachter heet. Een kiosk naast twee tennisbanen waar je koffie en tosti's kunt nuttigen op bij elkaar gescharreld buitenmeubilair. Zuurdesemtosti's met kimchi en srirachamayonaise. In den beginne had je de geroosterde bevroren sneetjes uniekaas en salmonellaham, toen moest overal pesto op en later truffelmayonaise. En nu dus kimchi en sriracha. Gelukkig vind ik kimchi lekker, het is namelijk prettig toeven onder het jungle-achtige gebladerte bij De Parkwachter. De plek heeft door het geplof op de tennisbanen en het blijmoedige gevogelte in de takken iets pastoraals. Helaas is het ook een hangplek voor 'hondenvrouwtjes'. In alle rust van het moment genieten is er dus niet bij, want amateur-antropoloog ben je altijd en overal! Hondenvrouwtjes, verwelkte muurbloemen die met en over hun viervoeter(s) praten alsof het mensenkinderen zijn. Krankzinnig gekakel waar de honden maling aan hebben, omdat ze gewend zijn alleen maar begripvol vermanend te worden toegesproken in plaats van af en toe met de riem te krijgen*. Een wat treurig ogende bordercollie moet het zich in het openbaar laten welgevallen dat zijn vrouwtje, terwijl ze een croissantje eet, een korstje van zijn aars pulkt. Het non-stop gekef van een langharige muskusrat met concentratieproblemen wordt afgedaan als een schattige eigenzinnigheid van het ras. Waag het niet om ook maar bedenkelijk hun kant op te kijken! Of niet te kijken! Ook dat wordt als passief agressief ervaren. Zeker van mannen als ik, van hun ras en leeftijd, dé reden tenslotte voor de intieme omgang met hun huisdier. Nooit 'ten dans' gevraagd, moesten ze ergens heen met hun overtollige (moeder)liefde ... Ik heb te doen met de muurbloemhonden. Wat ik in hun ogen zie is meer dan treurige gelatenheid, het is een intens terugverlangen naar het asiel. Juni 2026 *hyperbool: stijlfiguur waarbij iets opzettelijk in grote mate wordt overdreven. Ik dacht, ik zeg het er maar bij. |
In het Westerpark staat een Hans en Grietje huisje dat De Parkwachter heet. Een kiosk naast twee tennisbanen waar je koffie en tosti's kunt nuttigen op bij elkaar gescharreld buitenmeubilair. Zuurdesemtosti's met kimchi en srirachamayonaise. In den beginne had je de geroosterde bevroren sneetjes uniekaas en salmonellaham, toen moest overal pesto op en later truffelmayonaise. En nu dus kimchi en sriracha. Gelukkig vind ik kimchi lekker, het is namelijk prettig toeven onder het jungle-achtige gebladerte bij De Parkwachter. De plek heeft door het geplof op de tennisbanen en het blijmoedige gevogelte in de takken iets pastoraals. Helaas is het ook een hangplek voor 'hondenvrouwtjes'. In alle rust van het moment genieten is er dus niet bij, want amateur-antropoloog ben je altijd en overal! Hondenvrouwtjes, verwelkte muurbloemen die met en over hun viervoeter(s) praten alsof het mensenkinderen zijn. Krankzinnig gekakel waar de honden maling aan hebben, omdat ze gewend zijn alleen maar begripvol vermanend te worden toegesproken in plaats van af en toe met de riem te krijgen*. Een wat treurig ogende bordercollie moet het zich in het openbaar laten welgevallen dat zijn vrouwtje, terwijl ze een croissantje eet, een korstje van zijn aars pulkt. Het non-stop gekef van een langharige muskusrat met concentratieproblemen wordt afgedaan als een schattige eigenzinnigheid van het ras. Waag het niet om ook maar bedenkelijk hun kant op te kijken! Of niet te kijken! Ook dat wordt als passief agressief ervaren. Zeker van mannen als ik, van hun ras en leeftijd, dé reden tenslotte voor de intieme omgang met hun huisdier. Nooit 'ten dans' gevraagd, moesten ze ergens heen met hun overtollige (moeder)liefde ... Ik heb te doen met de muurbloemhonden. Wat ik in hun ogen zie is meer dan treurige gelatenheid, het is een intens terugverlangen naar het asiel. Juni 2026 *hyperbool: stijlfiguur waarbij iets opzettelijk in grote mate wordt overdreven. Ik dacht, ik zeg het er maar bij. |