Half zes en er is ergens met een stokje in de stad geroerd. De driesprong van de Admiraal de Ruijterweg en de Jan Evertsenstraat is in een circusact veranderd. Strak geregisseerd razen (bak)fietsen, fatbikes, scooters, ebikes, auto's en rinkelende trams over de piste alsof er geen zwabberende kleuters op miniatuurfietsjes worden voortgeduwd door moeders met boodschappentassen aan het stuur. Het gaat allemaal steeds maar net goed. Zoals ik mij thuis aan de vaart liet bedwelmen door buitelende kieviten, paaiende karpers en insectengezoem, zo onderga ik op een bankje bij STACH de hoofdstedelijke avondroutine. Steeds vaker en steeds langer vind ik mijzelf ergens op een bankje aards gesteggel gadeslaan. Ben ik niet nog te jong voor deze fijne, misschien wel té fijne bezigheid? Roep ik zo niet de algehele aftakeling over mij af? Over aards gesteggel gesproken: de vrouw naast mij op het bankje opent haar hart alsof ik voor de GGZ werk. Ze draagt een hijab, een zonnebril met gouden initialen van een megalomaan ontwerpduo, en een mondkapje over haar kin. De woorden vallen nat en struikelend van haar gestifte, enigszins gezwollen lippen, waarbij haar tong soms komt kijken waar ze gebleven zijn. Maira is de dochter van een Engelse zigeunerin en een Duitse vader... Nadat ze zich bekeerde tot de islam en trouwde met een Egyptenaar heet ze ook Aïsha. Ze heeft last van corona-naweeën, maar de paniekaanvallen zijn erger. Daar heeft ze, alhamdulilla, een verstuiver voor, maar haar ontvoerde dochters krijgt ze er niet mee terug... Ze is vies van mensen in de tram en proper op zichzelf. Van Aïsha mag het eigenlijk niet, maar ze is gek op make-up en hoge hakken. Er ontschiet mij een 'Jezus!' als de vrouw schalks verlegen haar bril omlaag schuift. In de schaduw, gekluisterd binnen vette kajal, glinsteren een paar gepolijste barnstenen kralen, evenzo triest als genadeloos. 'Zulke mooie ogen en dan een zonnebril?!' Of ik soms dacht dat ze zich opmaakte voor anderen!? Voor het offerfeest heeft ze haar handen met henna laten versieren. Zelf eet ze geen vlees en weigert ze op platte schoenen te lopen. Binnenkort zijn haar kinderen groot genoeg om zelf te reizen... Dan moet ik weg. Zogenaamd koken voor mijn verkering. Trouwens, u kan toch zelf ook ergens uw oor te luisteren leggen, ik hoef toch niet álles voor te kauwen? Juni 2026 |
Half zes en er is ergens met een stokje in de stad geroerd. De driesprong van de Admiraal de Ruijterweg en de Jan Evertsenstraat is in een circusact veranderd. Strak geregisseerd razen (bak)fietsen, fatbikes, scooters, ebikes, auto's en rinkelende trams over de piste alsof er geen zwabberende kleuters op miniatuurfietsjes worden voortgeduwd door moeders met boodschappentassen aan het stuur. Het gaat allemaal steeds maar net goed. Zoals ik mij thuis aan de vaart liet bedwelmen door buitelende kieviten, paaiende karpers en insectengezoem, zo onderga ik op een bankje bij STACH de hoofdstedelijke avondroutine. Steeds vaker en steeds langer vind ik mijzelf ergens op een bankje aards gesteggel gadeslaan. Ben ik niet nog te jong voor deze fijne, misschien wel té fijne bezigheid? Roep ik zo niet de algehele aftakeling over mij af? Over aards gesteggel gesproken: de vrouw naast mij op het bankje opent haar hart alsof ik voor de GGZ werk. Ze draagt een hijab, een zonnebril met gouden initialen van een megalomaan ontwerpduo, en een mondkapje over haar kin. De woorden vallen nat en struikelend van haar gestifte, enigszins gezwollen lippen, waarbij haar tong soms komt kijken waar ze gebleven zijn. Maira is de dochter van een Engelse zigeunerin en een Duitse vader... Nadat ze zich bekeerde tot de islam en trouwde met een Egyptenaar heet ze ook Aïsha. Ze heeft last van corona-naweeën, maar de paniekaanvallen zijn erger. Daar heeft ze, alhamdulilla, een verstuiver voor, maar haar ontvoerde dochters krijgt ze er niet mee terug... Ze is vies van mensen in de tram en proper op zichzelf. Van Aïsha mag het eigenlijk niet, maar ze is gek op make-up en hoge hakken. Er ontschiet mij een 'Jezus!' als de vrouw schalks verlegen haar bril omlaag schuift. In de schaduw, gekluisterd binnen vette kajal, glinsteren een paar gepolijste barnstenen kralen, evenzo triest als genadeloos. 'Zulke mooie ogen en dan een zonnebril?!' Of ik soms dacht dat ze zich opmaakte voor anderen!? Voor het offerfeest heeft ze haar handen met henna laten versieren. Zelf eet ze geen vlees en weigert ze op platte schoenen te lopen. Binnenkort zijn haar kinderen groot genoeg om zelf te reizen... Dan moet ik weg. Zogenaamd koken voor mijn verkering. Trouwens, u kan toch zelf ook ergens uw oor te luisteren leggen, ik hoef toch niet álles voor te kauwen? Juni 2026 |