Wachtend voor een fietsstoplicht in de Kinkerstraat stopt er naast mij een nerveuze fatbike. Ik negeer de berijder, kijk naar het wegdek en zie voeten die ik eerder heb gezien! Ik ben nog geen week in Amsterdam en de stad gunt mij reeds een eerste teken van haar gastvrijheid door de vertrouwdheid van de herkenning. Het zomerse voorjaarsweer had mij al welkom geheten, maar daar had de stad niks mee van doen; die onthaalt mij door middel van een paar purperen gezwollen voeten in afgetrapte sportslippers. Voeten die ik ken van de kade waar ik woon en die toebehoren aan een garagehouder, een man van mijn leeftijd, maar niet zo arisch; gedrongener, ongeschorener, donkerder, dadeldonker... Is het zo genoeg of wilt u nog meer weten? Al een paar ochtenden tref ik hem aan op een krukje in het zonnetje, met geloken ogen luisterend naar het geklingel van schapenbellen en het zinderende gesjirp van krekels. Zijn bovenlichaam in de schaduw van zijn nering, zijn oedemische voetenwerk in de warmte van de publieke ruimte, zodat ik twee stoeptegels moet uitwijken. De blauwe regen van de buren bloeit en geurt ook aan de gevel van Garage Benelux: twee diepe, smalle ruimtes waar 'alle merken welkom zijn' en daar ook allemaal lijken te staan geparkeerd. De koppakking is vervangen, maar die jaap in het portier, zat die er al? De olie is ververst, net als de lucht in de auto, een mengsel van as en oksel. En met een beetje mazzel rinkelt steeksleutel 23 bij het verlaten van de garage van het motorblok over straat en niet pas op de A10. De onderneming straalt een weldadige laisser-faire uit, en iets arcadisch, alsof het niet aan een Amsterdamse gracht maar ergens aan de Tigris is gelegen. Terwijl een tankwagen olie door een kalm pulserende slang de autogrot in laat lopen, drinken ze gezellig met z'n allen van een geciseleerd dienblad glaasjes mierzoete koffieprut. Even later gaat de chauffeur van een oplegger, ondanks het getoeter op de gracht, eerst even zijn behoefte doen en dan uitzoeken hoe ze dat Mercedes busje van de oplegger de garage in kunnen duwen. Garage Benelux is een nette firma. Niet zo 'beneluxe' als zijn moeder, duizenden kilometers van hier, het voor ogen heeft, maar goed, zo weet het arme mens ook niet van haar zoon's gezwollen voeten, laat staan van zijn daaraan ten grondslag liggende nierfalen. Mei 2026 |
Wachtend voor een fietsstoplicht in de Kinkerstraat stopt er naast mij een nerveuze fatbike. Ik negeer de berijder, kijk naar het wegdek en zie voeten die ik eerder heb gezien! Ik ben nog geen week in Amsterdam en de stad gunt mij reeds een eerste teken van haar gastvrijheid door de vertrouwdheid van de herkenning. Het zomerse voorjaarsweer had mij al welkom geheten, maar daar had de stad niks mee van doen; die onthaalt mij door middel van een paar purperen gezwollen voeten in afgetrapte sportslippers. Voeten die ik ken van de kade waar ik woon en die toebehoren aan een garagehouder, een man van mijn leeftijd, maar niet zo arisch; gedrongener, ongeschorener, donkerder, dadeldonker... Is het zo genoeg of wilt u nog meer weten? Al een paar ochtenden tref ik hem aan op een krukje in het zonnetje, met geloken ogen luisterend naar het geklingel van schapenbellen en het zinderende gesjirp van krekels. Zijn bovenlichaam in de schaduw van zijn nering, zijn oedemische voetenwerk in de warmte van de publieke ruimte, zodat ik twee stoeptegels moet uitwijken. De blauwe regen van de buren bloeit en geurt ook aan de gevel van Garage Benelux: twee diepe, smalle ruimtes waar 'alle merken welkom zijn' en daar ook allemaal lijken te staan geparkeerd. De koppakking is vervangen, maar die jaap in het portier, zat die er al? De olie is ververst, net als de lucht in de auto, een mengsel van as en oksel. En met een beetje mazzel rinkelt steeksleutel 23 bij het verlaten van de garage van het motorblok over straat en niet pas op de A10. De onderneming straalt een weldadige laisser-faire uit, en iets arcadisch, alsof het niet aan een Amsterdamse gracht maar ergens aan de Tigris is gelegen. Terwijl een tankwagen olie door een kalm pulserende slang de autogrot in laat lopen, drinken ze gezellig met z'n allen van een geciseleerd dienblad glaasjes mierzoete koffieprut. Even later gaat de chauffeur van een oplegger, ondanks het getoeter op de gracht, eerst even zijn behoefte doen en dan uitzoeken hoe ze dat Mercedes busje van de oplegger de garage in kunnen duwen. Garage Benelux is een nette firma. Niet zo 'beneluxe' als zijn moeder, duizenden kilometers van hier, het voor ogen heeft, maar goed, zo weet het arme mens ook niet van haar zoon's gezwollen voeten, laat staan van zijn daaraan ten grondslag liggende nierfalen. Mei 2026 |